Voor het bekijken van deze website heeft u de Adobe Flash Player nodig. Deze kunt u gratis hier downloaden. Het kost slechts enkele minuten van uw tijd.
Boeken
Met duivels genoegen (2008)
Als een loodgieter per ongeluk een keldermuur kapotslaat, doet hij daarachter een gruwelijke ontdekking. Forensisch antropoloog dr. Temperance Brennan wordt opgeroepen, en wat haar in de kelder wacht is een ritualistisch tafereel: geslachte kippen en een geit; op een altaar een halfvergane schedel. Worden er mensen geofferd? Tempe probeert haar emoties en haar fantasie in bedwang te houden, maar dan doet ze nog een vreselijke ontdekking. Ze had met geen mogelijkheid kunnen voorspellen welke kant deze zaak op zou gaan – en hoe meer Tempe te weten komt, hoe groter het gevaar waar ze zelf in verkeert…
Voorpublicatie
ISBN 978 90 225 4975 9
Prijs 18,95
Niet leverbaar, verschijnt Oktober 2008

Tot stof vergaan (2007)
Voorpublicatie
ISBN 978 90 225 49 421
Prijs 12,50
Leverbaar
Gebroken (2007)
Temperance Brennan werkt met haar studenten op een eeuwenoude Indiaanse begraafplaats. Het onderzoek zit er bijna op als Tempe tussen de oude beenderen een recent skelet opgraaft. Ook op andere plaatsen worden lichamen gevonden; allemaal vertonen ze beschadigingen aan de botten, en de slachtoffers lijken gewurgd te zijn. Emma Rousseau, de plaatselijke lijkschouwer, doet een dringend beroep op Tempe om haar bij te staan. Tempe op haar beurt krijgt hulp van haar ex-man en van haar nieuwe partner, rechercheur Ryan. En door deze samenwerking wordt haar privéleven flink op zijn kop gezet
Voorpublicatie
ISBN 978 90 225 4658 1
Prijs 18,95
Leverbaar
Begraven beenderen (2005)
Er wordt een half vergaan lichaam gevonden dat flink is toegetakeld door wilde dieren. Forensisch antropoloog Temperance Brennan wordt ingeschakeld om uit te vinden wat er met de dode man, een orthodoxe jood, is gebeurd, maar ook zij staat voor een raadsel. Was het moord of was het zelfmoord? En de zaak wordt alleen nog maar ingewikkelder als blijkt dat zijn familie en vrienden tegenstrijdige verklaringen aflegden. Dan speelt een onbekende haar een foto toe waarop een skelet is afgebeeld, dat de sleutel zou moeten zijn tot het mysterie. Samen met rechercheur Ryan besluit Temperance de zaak tot op de bodem uit te zoeken. Hun speurtocht leidt hen uiteindelijk naar Israël en het onderzoek neemt een bizarre wending. Temperance hoort geruchten over een beenderhuis op het rotsplateau Masada, een lijkkleed en een tombe waar de overblijfselen van de familie van Jezus gevonden zouden zijn. Maar hoe meer ze zich vastbijt in de geschiedenis van het geheimzinnige skelet, hoe gevaarlijker het voor haarzelf wordt…
ISBN 978 90 225 4945 2
Prijs 12,50
Leverbaar
Fatale maandag (2004)
Het is een kille, koude dag in december. Temperance Brennan is in Montréal om als getuige-deskundige op te treden in een moordzaak, als ze wordt opgeroepen om een opgraving in de kelder van een restaurant te begeleiden. In ondiepe graven ontdekt Tempe de skeletten van drie jonge vrouwen. Rechercheur Luc Claudel is echter van mening dat de botten oud zijn en daardoor niet zijn verantwoordelijkheid. Bovendien zijn er bij de lichamen negentiende-eeuwse knopen gevonden, een extra aanwijzing dat de botten niet van recente datum zijn. Maar Tempe heeft ernstige twijfels. Er klopt iets niet. In het lab start ze een onderzoek om de leeftijd van de botten te kunnen bepalen. Tempe gaat zich langzaamaan realiseren dat deze vondst een lugubere imitatie is van een zaak uit het verleden. Als zij gelijk heeft, zal Claudel een driedubbele moord moeten onderzoeken. En dat is zeker zijn verantwoordelijkheid…
ISBN 90 78 90 225 4755 7
Prijs 7,95
Leverbaar
Fatale vondst (2003)
Het is een hete zomer in Charlotte, Noord-Carolina. Temperance Brennan staat op het punt de deur van het laboratorium achter zich dicht te trekken voor haar eerste vakantie sinds jaren als ze de opdracht krijgt om een urgente zaak te onderzoeken. In een houtkachel zijn de geblakerde overblijfselen van een pasgeboren baby gevonden en de moeder, Tamela Banks, zelf nog bijna een kind, is verdwenen. Elders stort een vliegtuigje neer in een maïsveld, waarbij piloot en passagier omkomen. Aan hun verbrande lichamen kleeft een vreemde zwarte substantie. En tenslotte graaft Tempes hond Boyd tijdens een gezellige barbecue onbekende beenderen op, die haar voor een nog groter raadsel plaatsen.
Niet meer leverbaar
Fatale geheimen (2002)
Bij de ontdekking van een massagraf waarin drieëntwintig slachtoffers worden aangetroffen, wordt de hulp ingeroepen van Temperance Brennan als forensisch expert. Ondanks haar turbulente privéleven reist Brennan af naar het dorpje Chupan Ya in Guatemala. Nauwelijks is ze haar onderzoek gestart of Tempe ontdekt dat het heden nog meer gruwelijkheden in petto heeft. In Guatemala City worden vier meisjes vermist, onder wie de dochter van een hoge regeringsambtenaar. Wanneer ook nog een jonge archeoloog op brute wijze wordt vermoord, bekruipt Tempe het onaangename gevoel dat dit wel eens een bijzonder lastige zaak zou kunnen worden. En dat blijkt nog eens overduidelijk als ze tijdens haar onderzoek veel tegenwerking ondervindt van een recalcitrante officier van justitie en corrupte plaatselijke ambtenaren. Een en ander brengt Brennan op het idee dat zij wel eens het volgende slachtoffer zou kunnen zijn.
Niet meer leverbaar
Fatale vlucht (2002)
Een vliegtuig met achtentwintig passagiers stort neer in de bergen van Noord-Carolina. Temperance Brennan maakt deel uit van het regionale rampenteam en haast zich naar de plaats des onheils om mee te helpen bij het identificeren van de slachtoffers. Tempe heeft in haar beroepsleven al veel gezien en meegemaakt,maar wat zij nu aantreft overtreft werkelijk alles. Over de ware toedracht van de ramp – technische storing of terreurdaad? – lopen de meningen van collega’s van de FBI en andere instanties ver uiteen,tot Tempe in de bossen een voet vindt waarvan zij vaststelt dat deze onmogelijk van een van de passagiers kan zijn geweest. Met hulp van rechercheur Andrew Ryan uit Montréal begint ze haar onderzoek naar de herkomst van de voet. Met onverwacht gevolg:vrijwel meteen wordt ze op non-actief gesteld en trekt men haar betrouwbaarheid publiekelijk in twijfel. Dat geeft te denken. Uiteraard trekt ze zich niets aan van de beschuldigingen,ze zet door tot de onderste steen boven komt.
Niet meer leverbaar
Fatale keuze (1999)
De negenjarige Emily Anne wordt op weg naar balletles doodgeschoten op straat. Een tiener uit Noord-Carolina verdwijnt spoorloos en delen van haar skelet worden honderden kilometers van huis gevonden. Temperance Brennan onderzoekt de tragische dood van de twee jonge meisjes en volgt een spoor dat leidt naar de bizarre, gewelddadige wereld van twee rivaliserende motorbendes. Als er nog meer doden vallen, haar baas Pierre LaManche in het ziekenhuis belandt en haar vriend, rechercheur Andrew Ryan, onbereikbaar is vanwege een undercoveroperatie, gaat Tempe alleen de strijd aan in een cultuur waarin het kwaad vaak een masker draagt. Met behulp van haar forensisch vakmanschap en foto’s uit het verleden, ontrafelt Tempe geleidelijk aan het mysterie. Eén misstap kan fataal zijn, voor haar, of voor haar naaste
Niet meer leverbaar
Fatale dag (1999)
Het is bitterkoud op de kloosterbegraafplaats in Montréal. Temperance zoekt er naar het overschot van zuster Elisabeth Nicolet, die op de nominatie staat om heilig te worden verklaard. Na een brand in een landhuis worden de lichamen aangetroffen van twee mensen die op gruwelijke wijze om het leven zijn gekomen. Het is aan Tempe om de gebeurtenissen te reconstrueren. Bijgestaan door rechercheur Ryan begint ze haar onderzoek en vanaf het eerste moment worden ze de wereld van een mysterieuze commune binnengetrokken. Een ijzingwekkende tocht volgt, van mortuarium naar forensisch laboratorium en van de broeierige hitte van een tropisch eiland terug naar de Canadese winterkou. Fatale dag is ook verschenen onder de titels Dag des Oordeels en Death du Jour .
Niet meer leverbaar
Bot voor bot (1997)
Wanneer twee bouwvakkers de resten van een lijk hebben aangetroffen op het terrein van Le Grand Seminaire, midden in de stad, wordt Tempe opgeroepen het lichaam te onderzoeken. Ze constateert tot haar afgrijzen dat het lijk geen hoofd meer heeft en dat ook de ledematen zijn verwijderd. Tijdens de autopsie signaleert Tempe bovendien opmerkelijke overeenkomsten tussen het lijk van de vrouw en dat van een zestienjarig meisje op wie zij vorig jaar autopsie verrichtte. Werden beide vrouwen het slachtoffer van dezelfde moordenaar?
ISBN 978 90 225 4921 6
Prijs 7,95
Leverbaar
Diep begraven
Bones – Diep begraven is het boek van de nieuwe spectaculaire televisieserie, die te zien is op RTL 5. De serie is gebaseerd op de hoofdpersoon in de boeken van Kathy Reichs en op haar eigen leven. De televisieserie Bones is de opvolger van CSI. Bones – Diep begraven is geschreven door Max Allan Collins, de auteur van de succesvolle boeken van CSI.
Niet meer leverbaar
Interviews
Op deze pagina ........
Kathy Reichs en John Douglas praten over hun werk
Het HBO.com-vragenuurtje met auteur en forensisch antropoloog Kathy Reichs
Kathy Reichs en John Douglas praten over hun werk Op 6 maart 2000 vond er een ontmoeting plaats tussen de succesvolle schrijvers Kathy Reichs, forensisch antropoloog, en John Douglas, een vermaard profiler bij de FBI – wat inhoudt dat hij als gedragsdeskundige daderprofielen opstelt – en tevens auteur. Het doel van deze ontmoeting was te praten over hun manier van schrijven, over misdaadromans en over het oplossen van echte misdaden. Voormalig boekrecensent voor de Hartford Courant Jocelyn McClurg trad op als gespreksleider.
Jocelyn McClurg:
‘Ik wil het even hebben over de vraag waarom wij als lezers zo geïnteresseerd zijn in moord. Kathy, in je roman Fatale keuze zegt je alter ego, forensisch antropoloog Temperance Brennan: “Een gewelddadige dood is de definitieve inbreuk. En de moordonderzoeker is de ultieme voyeur.”
Ik wil zowel jou als John vragen: zijn lezers van misdaadromans en thrillers ook voyeurs? Waarom zijn wij zo gefascineerd door moord? En misschien kunnen jullie als professionals op dit gebied ook iets zeggen over jullie eigen belangstelling voor het onderwerp?’
Kathy Reichs:
‘Nou, volgens mij zijn lezers van misdaadromans beslist voyeurs. Waarom ze zo geïntrigeerd zijn door moord en de dood is lastiger te verklaren. Maar volgens mij lees je thrillers en detectives, van Sherlock Holmes tot en met wie dan ook, omdat je er indirect bij betrokken kunt zijn of kunt observeren zonder jezelf echt in gevaar te brengen. Je bent in staat je een weg te banen door de hele situatie.
Het andere aspect dat zo bevredigend is aan een thriller is dat een moord doorgaans wordt opgelost. Goed wint het van kwaad, en de slechterik belandt uiteindelijk achter de tralies of het wordt hem of haar onmogelijk gemaakt om die vorm van geweld opnieuw uit te oefenen. Daarin schuilt volgens mij het leesplezier.
Wat zo aantrekkelijk is aan de moderne thriller en het soort boeken dat ik schrijf, of het opstellen van profielen, is dat er een wetenschappelijk element aan wordt toegevoegd in plaats van de intuïtieve benadering te volgen die misschien kenmerkender is voor een aantal oudere en een aantal moderne thrillerauteurs. Op de vraag “wie heeft het gedaan?”, die je in elke whodunit tegenkomt, laten wij de wetenschap los, denk ik.’
John Douglas:
‘Ik ben het helemaal met Kathy eens. En volgens mij komt het in wezen neer op een belangstelling in wat wij schrijvers ouderwets omschrijven als “de menselijke aard”. We willen weten waarom mensen zijn zoals ze zijn.
In de dingen waar Kathy en ik allebei over schrijven, of het nu fictie of non-fictie is en ik doe allebei - en Kathy schrijft naast haar niet-literaire werk als antropoloog ook romans - zoeken we dus naar het waarom. En waar we eigenlijk over schrijven, zijn de basiselementen van de menselijke aard: jaloezie, hebzucht, wraak, liefde, haat. Ik bedoel, dat zijn allemaal oerdriften. En de thriller, of het nu om een echte misdaad of om fictie gaat, stelt ons in staat die oerelementen waarin we allemaal geïnteresseerd zijn op een heel rauwe manier aan te pakken. Als gevolg daarvan kunnen we dit indirect meebeleven, zoals Kathy zegt, zonder dat we zelf het leed hoeven te ondergaan. En in een ander opzicht biedt het de lezer volgens mij een venster naar een wereld waar hij, of zij natuurlijk, niets over weet. De werkmethode van een rechercheur bijvoorbeeld, of het nu een FBI-agent, een politieagent of een journalist is.’
Jocelyn:
‘Wat hebben jullie geleerd over de menselijke aard?’
John Douglas:
‘Het komt allemaal neer op de grote vraag: “Waarom?” Waarom doen mensen de dingen die ze doen? Ik denk dat Kathy het wel met me eens is als ik zeg dat iedereen wel eens moordzuchtige gedachten en woedeaanvallen heeft gehad. Maar wat weerhoudt de meesten onder ons van geweld en maakt dat we ons inhouden, terwijl dat bij anderen niet lukt? Wat maakt mensen zo verderfelijk dat ze de dingen doen die ze doen?
Wat onder andere zo fascineert aan de Jack the Ripper-moorden is dat het de eerste keer was dat de samenleving moest leren leven met het idee dat de mens tot willekeurig kwaad in staat is. Dat iemand zonder duidelijke reden, alleen omdat het hem voldoening schonk, vreemden vermoordde.
En in Kathy’s werk vind je daar volgens mij veel van terug.’
Pat:
‘Ik las een profiel van Patricia Highsmith, die Vreemden in de trein en Ripley, een man van talent schreef. Zij was van mening dat de mens een dunne scheidslijn bewandelt. Dat iedereen bij het minste of geringste tot het grootste kwaad in staat is. John is zijn hele leven al bezig dat te achterhalen. En Kathy, jij ontmoet deze mensen. Ik bedoel, je bent vast verbijsterd door alle ellende die je tegenkomt, want ik denk dat wij als moderne mensen toch geneigd zijn te denken dat één kogel wel genoeg is. Een goede mep op het hoofd, en je bent er geweest. En toch, jij hebt altijd gezegd dat botten niet liegen. Jij ziet steeds identieke verwondingen. Je moet over die woede hebben nagedacht.’
John Douglas:
‘Ja, wij noemen dit “overkill”.’
Kathy Reichs:
‘Precies, overkill. Ik richt me met name op het werk met stoffelijke bewijzen. Ik houd me meer bezig met de slachtoffers dan met de daders. Mij wordt vaak gevraagd: “Communiceert u echt met de gezinnen en met de daders?” En dat is zelden het geval. Ik zie de dader in de rechtszaal als ik optreedt als getuige. Over het algemeen laat het me koud. Wel ben ik altijd geschokt door hoe volkomen normaal ze eruitzien. Ze lijken meestal op een oom van me.
Ik kijk meer naar het slachtoffer en naar de manier waarop het is gedaan. Weet je, ik krijg het ontbonden lichaam, het verbrande lijk of de schedel met het breukpatroon onder ogen, dus ik ben vooral bezig met het stoffelijke bewijsmateriaal en ik probeer uit te zoeken wat er is gebeurd, hoe het is gebeurd en wat het slachtoffer werd aangedaan.
Natuurlijk speculeer je dan wel eens over het waarom. Waarom werd iemand drieënvijftig keer op zijn hoofd geslagen? Of honderdzes keer met een mes gestoken voordat zijn hoofd en handen eraf werden gesneden? Maar wanneer ik in mijn boeken de emotionele, de menselijke kant beschrijf, dan is dat gezien vanuit degenen onder ons die met het slachtoffer werken, die de rommel opruimen die werd veroorzaakt door types van wie John en Mark een profiel proberen op te stellen.
Ik richt me niet op de vraag waarom ze dit het slachtoffer hebben aangedaan. Als ik over gevoelens speculeer of praat, heeft het meer van doen met mensen die aan de kant van de wetshandhaving zitten.’
Jocelyn:
‘Ik heb een vraag die aansluit op jouw opmerkingen. John, jij hebt geschreven dat je als profiler van een seriemoordenaar in het hoofd moet kruipen van je onderwerp om de misdaad door de ogen van de dader te kunnen zien. Kathy, ik kan me voorstellen dat je als schrijfster tot op zekere hoogte hetzelfde doet.
Hoe onaangenaam is het om te proberen in het hoofd van een misdadig individu te kruipen? En hoe denk je over deze figuren als je over hen schrijft?’
John Douglas:
‘Nou, ik zou willen zeggen dat een van de grote misverstanden over fictie en thrillers – en Kathy maakt zich daar in de drie boeken die ik van haar heb gelezen gelukkig niet schuldig aan – is dat er dit mystieke idee lijkt te bestaan dat de beste rechercheur of de beste profiler iemand is die over de ongelofelijke gave beschikt om als een crimineel te denken. Om in het hoofd van de crimineel te kruipen en echt te denken zoals hij denkt.
Natuurlijk doen profilers dat. Nou en? Ik bedoel, dat vormt min of meer de basis, en is niet een of ander speciaal talent. Als je recherchewerk wilt doen, kun je daar maar beter mee behept zijn. En van daaruit ga je verder. Als je denkt dat het een bijzondere vaardigheid is, dan steek je een beetje de draak met het hele onderwerp.
Natuurlijk moet je als een crimineel kunnen denken. Of zoals Kathy in haar onderzoekswerk in staat moet zijn om vanuit het stoffelijke bewijs terug te werken. Dat staat vast. Als je denkt dat een rechercheur een bijzondere gave heeft, simplificeer je de hele zaak.’
Jocelyn:
‘Je had het over de vraag waarom een moordenaar moordt. Ik denk dat ik dat bedoel. Dat je je dat op een fictief niveau moet kunnen voorstellen.’
John Douglas:
‘Wat de meeste mensen volgens mij heel moeilijk te begrijpen vinden en wat wij proberen uit te leggen is dat het type moordenaar waar wij het over hebben – de seksueel gedreven recidivist, seriemoordenaar, verkrachter en lustmoordenaar – moordt omdat hij ervan geniet, omdat hij het lekker vindt. Het schenkt hem bevrediging op een manier waar niets anders aan kan tippen. En mensen kunnen heel moeilijk bevatten dat hij het doet omdat hij het wil. Dat is tenminste mijn ervaring.’
Kathy Reichs:
‘En in de boeken die ik heb geschreven, passeren heel verschillende motivaties de revue. Déjà Dead lijkt meer op wat John en Mark Olshaker doen – een boek over een seriemoordenaar. Fatale dag gaat over een sekte, waarbij je een totaal andere psychologische opbouw hebt. Het is heel andere reden waarom iemand niet alleen zichzelf naar de andere wereld zou kunnen helpen, maar bovendien een groot aantal anderen met zich zou meenemen.
En mijn derde boek, Fatale keuze, handelt over motorbendes. Hierin gaat het weer over heel andere motieven: puur economische, zakelijke motieven; er wordt uit winstbejag gehandeld. Dus speculeren doe je altijd wel.
Telkens wanneer ik een stapel botten voor mijn neus krijg, of een verkoold lichaam of een ontbonden lijk uit de rivier, ga ik natuurlijk speculeren. Ook al probeer je als wetenschapper naar het stoffelijke bewijs te kijken, je speculeert wel degelijk over de vraag waarom het slachtoffer werd vermoord. Waarom pleegde hij of zij zelfmoord? Ik heb namelijk niet alleen maar met moorden te maken.
Dat is een van de dingen die ik in mijn personage wil oproepen. Om het even wie Tempe voor zich heeft liggen en hoe akelig het ook is: het blijft een mens. En je zult je altijd een beeld vormen van wie die mens was toen hij nog leefde, en wat hem is overkomen.
Zelfs toen ik nog aan archeologie deed en werkte met botten van vijf- of tienduizend jaar oud spookte het al door mijn hoofd: wat dacht deze mens op de laatste dag van zijn leven?’
Jocelyn:
‘Kathy, waardoor wilde je gaan schrijven over wat je voor de kost doet?’
Kathy Reichs:
(LACHT) ‘Nou, toen ik in 1994 aan Déjà Dead begon, waren er een paar dingen die samenvielen. Ik was net klaar met een zaak van een seriemoordenaar in Montréal. Daarin had ik als getuige-deskundige opgetreden. Ook was ik net hoogleraar geworden, dus ik kreeg wat meer vrijheid om te doen waar ik zin in had.
Fictie schrijven als medewerker van een vakgroep Natuurwetenschappen is heel wat anders dan wanneer je dat doet in een vakgroep Engels. Je bent min of meer verdacht. Dus ik was wat vrijer. En ik ging om de tafel zitten met Bill Maples, een goede vriend van me, die net een boek uit had, Dead Men Do Tell Tales: The Strange and Fascinating Cases of a Forensic Anthropologist.’
John Douglas:
‘Wat, tussen twee haakjes, een heel goed boek is.’
Kathy Reichs:
‘Een voortreffelijk boek. En Bill moedigde me aan door te zetten en een poging te wagen. Dus al die dingen vielen in die tijd min of meer samen en ik besloot ervoor te gaan.’
Jocelyn:
‘We hebben het hier al even gehad, en Pat heeft het geloof ik ook genoemd, maar in een aantal opzichten wordt moord in jouw boeken vanuit twee kanten benaderd. Kathy, zoals je al hebt gezegd, houden jij en je heldin zich meer bezig met de slachtoffers en zoek je via autopsie en bottenanalyse naar aanwijzingen. John en Mark Olshaker schrijven voornamelijk over wat een seriemoordenaar drijft. Wat zijn volgens jullie de overeenkomsten en verschillen tussen jullie werk?’
John Douglas:
‘Wat wij gemeen hebben, is volgens mij dat we beiden de grote waarom-vraag beantwoord willen zien. “Waarom is dit gebeurd?” Maar eerst: “Wát is er gebeurd?” Dat is het eerste wat een rechercheur moet zien uit te zoeken. En daarna het waarom.’
Kathy Reichs:
‘Wat natuurlijk uiteindelijk leidt tot de vraag wie.’
John Douglas:
‘Precies.’
Kathy Reichs:
‘Je weet wel: “Wie is de dader?”’
John Douglas:
‘Zoals ik al eerder zei: waarom plus hoe is wie.’
Kathy Reichs:
‘Volgens mij passen we in wezen ook de wetenschappelijke methode toe. We kijken naar de bewijzen die op de plaats delict zijn achtergelaten, combineren ze en stellen een hypothese op. Vervolgens toetsen we die hypothese totdat de juiste persoon erin past.
Waar ik ons werk echt zie samenkomen, is dat ik werk met de stoffelijke resten die op een plaats delict worden aangetroffen. Ik werk specifiek met het slachtoffer. En ik vermoed dat John en Mark dat in hun profiel zouden kunnen inpassen als er een patroon is, als een slachtoffer expres verborgen ligt of voor iedereen zichtbaar is achtergelaten.’
John Douglas:
‘Een van de dingen die Kathy kan uitzoeken, en dat vond ik boeiend aan haar werk, is hoeveel ze met behulp van de botten en fragmenten kan reconstrueren. En als je er achterkomt wat er echt is gebeurd, dan noemen we dat een “gedragspatroon”. En gedrag is hoe we het karakter van het “unsub”, of het onbekende onderwerp van een onderzoek, afleiden of intuïtief waarnemen.
Kathy probeert in feite de identiteit van het unsub te achterhalen, snap je, of zelfs de naam en het adres. Wij willen er gewoon achterkomen hoe het karakter in elkaar zit. Maar we beginnen met de bewijzen en gedragsaanwijzingen waar zij en andere mensen mee komen.’
Kathy Reichs:
‘En voor ons allebei geldt dat we een radertje in een groter geheel zijn.’
John Douglas:
‘Precies.’
Kathy Reichs:
‘We maken deel uit van een team waarin ook mensen van ballistiek zitten, en DNA-deskundigen, de antropoloog, de profiler en de rechercheur.’
John Douglas:
‘Ja, dat is volgens mij wel belangrijk om even te benadrukken, Jocelyn. Een forensisch antropoloog pakt geen criminelen. En een profiler ook niet. Ze maken deel uit van het proces dat de mensen in de frontlinie helpt. De rechercheurs, de agenten, die pakken de criminelen.’
Jocelyn:
‘Een van jouw boeken heet The Cases That Haunt Us. Voordat we in detail treden over je boek wil ik jullie beiden vragen of er zaken zijn die jullie achtervolgen. Kathy? Zijn er zaken die niet werden opgelost, die je niet hebt doorgrond zoals je had gehoopt?’
Kathy Reichs:
‘In het grote lab in Montréal, waar medisch en juridisch onderzoek wordt verricht, heb ik mijn eigen antropologielab. En daar heb ik een magazijn vol met planken. En op elke plank staan dozen. Planken vol met dozen, waarvan elke doos een zaak bevat. En veel van die zaken zijn onopgelost. Het zijn mensen die nooit zijn geïdentificeerd, en in elke zaak is vermoedelijk ergens een gezin te vinden. Of vrienden of collega’s, die zich afvragen waar deze slachtoffers zijn. Die deze mensen missen. Dus al die zaken achtervolgen me.
Sommige zitten je meer dwars dan andere, denk ik. In mijn geval heb ik een aantal kinderen met gebitswerk, kinderen wier ouders de tijd namen om ze voor hun vijfde mee naar de tandarts te nemen, maar die nooit zijn geïdentificeerd.’
Jocelyn:
‘In je boek Fatale keuze behandel je een zaak waarin er op twee verschillende locaties botten worden gevonden. Is dat op een echte zaak gebaseerd?’
Kathy Reichs:
‘Er was inderdaad een zaak die verband hield met de seriemoordenaar van Green River, waarin in één staat delen van een skelet werden gevonden en in een andere staat een schedel, en die bleken van hetzelfde slachtoffer afkomstig te zijn. Dus daar heb ik het idee vandaan.’
Jocelyn:
‘John, zijn er zaken die jou achtervolgen? Bijvoorbeeld zaken waar je niet over hebt geschreven, maar die je toch niet met rust laten?’
John Douglas:
‘O, zeker. Er zijn een aantal zaken waar we over hebben geschreven die qua tragedie en implicaties hartverscheurend zijn. Een zaak die me altijd heeft aangegrepen, was die van Sherry Faye Smith, waarover we in ons eerste boek Mindhunter hebben geschreven.
Een zeventienjarig meisje uit Zuid-Carolina dat op het punt staat eindexamen te doen wordt in haar woonplaats, waar bijna geen criminaliteit is, ontvoerd terwijl ze voor een brievenbus staat. Ze wordt door een onbekende meegenomen en krijgt te horen dat ze zal worden gedood. Deze jonge vrouw was heel godsdienstig en stuurde haar ouders een laatste brief, waarin stond dat ze klaar was om te sterven.
Het is waarschijnlijk het heftigste, met een misdrijf verwante document wat ik ooit heb gelezen. En de onbekende dader begint vervolgens op een vreselijk sadistische manier dat gezin te kwellen door ze op te bellen en de zus van het meisje lastig te vallen. Maar ironisch genoeg stelde juist dat sadistische telefoongesprek me in staat om de moordenaar te profileren en met een proactieve strategie te komen die uiteindelijk tot zijn arrestatie leidde.’
Jocelyn:
‘Laten we het even hebben over je boek waarin de uitermate boeiende zaak Jon en Benet Ramsey wordt beschreven. De tv-film over die zaak was verbijsterend. Maar ik geloof dat je aanvankelijk werd bekritiseerd om je werk met de Ramseys en…’
John Douglas:
‘Die kritiek krijg ik nog steeds, ja.’
Jocelyn:
(LACHT) ‘En je gelooft in hun onschuld. Ik vraag me alleen maar af of je iets nieuws kunt vertellen over deze zaak, als je er tenminste over mag praten.’
John Douglas:
‘Nou, we zullen niet zozeer nieuwe feiten vernemen. We gaan alle misvattingen over deze zaak wegnemen. Want ik moet zeggen, er is zeer armetierig over geschreven. En dit is een zaak waarbij het heel lastig is alles kloppend te krijgen. Maar mijn collega, Mark Olshaker, en ik willen de hele zaak stap voor stap, gedragspatroon voor gedragspatroon doornemen en zeggen: “Waarom denken wij in tegenstelling tot wat iedereen lijkt te denken dat de ouders het niet hebben gedaan?” Ook veel van mijn collega’s bij de FBI geloven niet in de onschuld van de ouders. Wat is het toch met deze zaak? Hij lijkt een gevoelige snaar te hebben geraakt. Maar dat is met alle zaken die we in dit boek hebben behandeld eigenlijk wel het geval. Jack the Ripper gaat eigenlijk over de willekeur van het kwaad, zoals ik al zei. De zaak-Lizzie Borden gaat over het gezin en het kwaad dat daarin op de loer kan liggen. En volgens mij gaat de zaak Ramsey in feite over ouders en kinderen. Waartoe zijn ouders ten opzichte van hun kinderen toe in staat?
En ik zal de eerste zijn om toe te geven dat we over tal van zaken hebben geschreven waarin ouders hun kinderen ombrengen. Deze zaak lijkt in die zin niet te kloppen. In dit boek vertellen wij waarom niet. We staan stil bij het gedragspatroon en proberen met een scenario te komen dat hout snijdt. Het is een merkwaardige zaak. Maar met welk scenario je ook op de proppen komt, ik kan je er waarschijnlijk op wijzen waarom het niet steekhoudend is. Toch zal een van die scenario’s correct zijn, en dan nog zal ik je van het tegendeel weten te overtuigen. Het is dus een heel vreemde zaak.’
Jocelyn:
‘Wat denk je, zal hij ooit worden opgelost?’
John Douglas:
‘Er blijven gewoon nog te veel vraagtekens over.’
Jocelyn:
‘Maar denk je dat hij ooit zal worden opgelost?’
John Douglas:
‘Volgens mij is die kans nog geen vijftig procent. Het zou kunnen, maar het is lastig om nieuwe bewijzen te vinden. En ik word altijd achterdochtig als mensen zo laat nog met nieuw bewijsmateriaal komen.’
Kathy Reichs:
‘En een complicerende factor in die zaak is volgens mij dat het ouderlijk huis de plaats delict was.’
John Douglas:
‘En als plek om bewijsmateriaal te vergaren was dat huis volkomen onbetrouwbaar. In tegenstelling tot een aantal zaken die Kathy doet, waarbij het bewijsmateriaal onvolledig is en je dan opeens weer iets vindt, is alles in deze zaak inmiddels wel gevonden. Ik bedoel, volgens mij valt er helemaal geen nieuw bewijs meer te onderzoeken.’
Jocelyn:
‘Hoe vaak is er sprake van verknoeid bewijsmateriaal in strafzaken? De laatste paar jaar lijken we dat zo vaak te horen. De beschuldigingen die O.J. Simpson indiende. Er is een zaak in New Haven, Connecticut, waarbij een hoogleraar van Yale de hoofdverdachte is. Hij is nooit in staat van beschuldiging gesteld in de moord op zijn student, en beweerd wordt dat ook dat een gecorrumpeerde plaats delict was.’
John Douglas:
‘Nou ja, natuurlijk, dat gebeurt waarschijnlijk regelmatig. De vraag is: “Hoe weet je hoe vaak het gebeurt?” Niemand is volmaakt, en Kathy weet er vermoedelijk meer over omdat ze veel met de politie te maken heeft, maar er is vaak sprake van gecorrumpeerd bewijsmateriaal. De vraag is: “In hoeverre is ermee geknoeid, en wat kun je nog gebruiken?” Want het is heel makkelijk om terug te kijken en te zeggen wat er anders gedaan had moeten worden. Maar als je het bewijs aan het samenstellen bent, is het erg lastig.’
Kathy Reichs:
‘Dit is het voornaamste aspect van mijn werk in Quantico. We geven een workshop body recovery voor FBI-agenten die gespecialiseerd zijn in bewijsvergaring op een plaats delict. Want het soort bewijzen waar ik mee werk, zijn natuurlijk menselijke resten. En wanneer er een lijk wordt gevonden, is de tendens om het te gaan ophalen. Ook al ligt het lijk er al twee jaar of slechts twee dagen, we moeten erheen en het onmiddellijk ophalen. Dus we leren hun specifieke technieken om niet alleen dat lijk, maar elk stukje stoffelijk bewijs te verzamelen. Of zelfs contextueel bewijs uit de omgeving, dat met het lijk in verband kan worden gebracht.
Dus hopelijk wordt politiewerk steeds meer verfijnd. Ik houd me niet bezig met ballistiek, verfschilfertjes of haren en vezels. Maar dat is beslist ons doel met die cursus.’
Jocelyn:
‘Dat werpt de vraag op van een aantal zaken waar jij het over hebt in je boek, John. Zaken die enkele tientallen jaren oud zijn en in minstens één geval een zaak van inmiddels twee eeuwen geleden, geloof ik. Wat dragen jullie, als mensen die over seriemoordenaars en veel forensische aspecten schrijven, bij aan deze zaken dat ze destijds misschien oplosbaar zou hebben gemaakt?’
John Douglas:
‘Nou, als je helemaal teruggaat naar Jack the Ripper en als een aantal technieken die we nu kennen destijds ook al beschikbaar was geweest – zelfs zoiets basaals als vingerafdrukken, een techniek die een jaar of zeven later werd geïntroduceerd en pas zestien jaar na de moorden werd toegepast – zou dat waarschijnlijk wel geholpen hebben. Bloedonderzoek. Dat soort dingen.
Maar het belangrijkste punt was dat er sprake was van een fundamenteel onbegrip van wat Roy Hazel, ook een expert op dit gebied, en ik een lustmoord hebben genoemd. Ik bedoel, er waren vast wel meer van dergelijke zaken geweest, maar niemand had ze ooit echt meegemaakt of wist hoe je ze kon herkennen.
Ze wisten dus niet waar ze naar zochten, behalve naar een dolleman met een wilde blik. En zo ving je geen boeven. Maar wat wij in zekere zin proberen te doen is deze zaken deconstrueren. Ze hakken er behoorlijk in en lijken bij de mensen een gevoelige snaar te raken.
Maar waar gaan ze echt over? En wat kunnen we er vervolgens over zeggen? En wat zegt dat over onszelf en over onze belangstelling voor deze zaken?’
Jocelyn:
‘Al sinds mijn kindertijd ben ik gefascineerd door de ontvoering van en de moord op de Lindbergh-baby. Kun je ons iets vertellen over dat hoofdstuk?’
John Douglas:
‘Ja, dat is een boeiende zaak. Mark en ik zijn in die tijd naar New Jersey geweest en hebben door het huis gelopen waar uit die baby was ontvoerd. We hebben alle kamers gezien. We waren ook in de kamer waar de baby lag, en in de kamer er pal onder, waar kolonel Lindbergh destijds zat.
We hebben door de bossen gelopen waar de ontvoerder moest zijn geweest. En daarna zijn we in het politiearchief in Trenton geweest en hebben we alle bewijzen bekeken, zoals de ladder, de willekeurige aantekeningen en de kleding die de baby droeg. Een heel akelig gevoel om zo dicht bij historisch bewijsmateriaal te zijn. Maar ik kan je vertellen dat die zaak niet deugt. Vanuit gedragswetenschappelijk en vanuit forensisch oogpunt hebben we de zaak geanalyseerd, en ik kan niet zeggen dat het recht niet heeft gezegevierd, maar er klopt gewoon iets niet.
We beweren niet dat Bruno Richard Haufmann, de ontvoerder en moordenaar van Charles junior, er niet bij betrokken was, want er was overtuigend bewijs tegen hem. Maar het klopt niet dat hij deze misdaad in zijn eentje zou hebben gepleegd. Als je wilt, kan ik in detail treden, maar de voornaamste reden is dat hij niet over de noodzakelijke kennis beschikte om het klaar te spelen. De feitelijke informatie. De baby lag op een plek waar hij helemaal niet geacht was te zijn. Hoe zou deze Duitse timmerman uit New York zonder enige hulp hebben geweten waar hij die avond zou zijn? En Mark en ik zijn ter plekke geweest, en konden er niet achterkomen hoe één persoon deze misdaad kon hebben gepleegd.’
Jocelyn:
‘Komen er in het boek andere zaken voor waarin jullie een iets ander standpunt innemen dan de algemene opinie?’
John Douglas:
‘Ja. We vertellen bijvoorbeeld wie Jack the Ripper volgens ons in werkelijkheid was.’
Jocelyn:
‘Daarvoor moeten we zeker het boek lezen?’
John Douglas:
‘Min of meer. Hoewel iedereen wel een theorie heeft, is onze theorie de goede, denken wij. En die zetten wij vanuit een gedragsdeskundig oogpunt uiteen. Ook vertellen we waarom al die andere ideeën, zoals dat het de hertog van Clarence, de kleinzoon van koningin Victoria, was, waarom die – hoe interessant misschien ook – idiote theorieën zijn.
Volgens mij nemen we in de zaak van de wurger uit Boston een ongebruikelijke positie in. Wij denken niet dat Albert DeSalvo de zogenaamde Boston Strangler was, omdat zijn gedragspatroon gewoon niet strookt met de misdaden. Albert DeSalvo was een beruchte verkrachter, maar zijn manier van werken was heel anders. Zijn methode week zo af van de Strangler-zaken dat het praktisch onmogelijk lijkt dat hij de Boston Strangler is geweest. Wij leggen uit waarom en hopen en passant enig inzicht te geven in menselijk gedrag en motivatie. Dat is dus hetzelfde als wat Kathy in haar werk doet.’
Jocelyn:
‘Goed, Kathy, mag ik jou als iemand die zich bezighoudt met stoffelijke bewijzen vragen wat jij hiervan vindt? Denk jij wel eens dat het maken van een karakterschets wel heel speculatief is?’
Kathy Reichs:
‘Nou, wat dit aangaat, wil ik niet speculeren.’ (GELACH) ‘Maar ik geef de voorkeur aan stoffelijk bewijsmateriaal. En in een aantal van deze zaken is dat nog buitengewoon lang nadat de misdaad is gepleegd voorhanden. Op dat stoffelijke bewijs kunnen we vervolgens nieuwe technieken toepassen. De toepassing van DNA-technologie op de zaak-Sam Shepherd zou hier een voorbeeld van zijn.’
John Douglas:
‘En hetzelfde wordt in feite gedaan met de Boston Strangler, heb ik begrepen. Ik geloof dat ze met sperma- of bloedmonsters, dat weet ik niet zeker, een aantal slachtoffers met DeSalvo proberen te matchen.’
Kathy Reichs:
‘Oké, dat is het type heranalyse dat volgens mij het meest overtuigend is. Dat je gewapend met een nieuwe technologie het lijk van Melanie Shepherd opgraaft, iets van onder haar vingernagels weghaalt en naar het DNA van dat stoffelijk bewijsmateriaal kijkt. Voor mij is dat de meest overtuigende bewijsgaring.’
Pat:
‘Dit is wel heel omstreden. In zekere zin wordt het publiek verliefd op de mythe van wie heeft het gedaan. Misschien vinden ze het geweldig dat de Duitse timmerman werd gepakt. En wat doe je wanneer het controversieel wordt?’
Kathy Reichs:
‘Of ze worden verliefd op de mythe van de controverse. Op de mythe van de onopgeloste zaak. Zodra we hem oplossen en in een la leggen, verliezen de mensen misschien hun belangstelling.’
John Douglas:
‘Dat is waar, denk ik. En Pat, ik denk niet dat ik iets verklap als ik zeg dat zodra wij onze opvattingen over deze grote zaken ventileren, de controverse daarmee niet meteen zal ophouden. Ik bedoel, niet iedereen zal zeggen: “O, nou, JOHN DOUGLAS heeft die zaak opgelost. Dan nu maar weer over tot de orde van de dag.”’ (GELACH) ‘Dat gebeurt echt niet.
Een van de dingen die we in The Cases That Haunt Us probeerden, is om mensen te laten kijken naar misdaad zoals je ernaar zou moeten kijken, namelijk vanuit het bewijsmateriaal, vanuit de plaats delict en vanuit het incident zelf. In beroemde, omstreden zaken bestaat een tendens om met een theorie te beginnen, vervolgens terug te werken en de feiten kloppend te krijgen met de theorie.
Na een aantal jaren in de forensische psychiatrie te hebben onderzocht wat ontoerekeningsvatbaarheid is en of mensen verantwoordelijk zijn voor hun misdaden of dat er een biologische basis is, kan ik zeggen dat je heel gemakkelijk met de gezochte antwoorden op de proppen kunt komen, wat die ook zijn. Ik bedoel, het bewijs kan zo worden geïnterpreteerd. Dus wat gedragspatronen betreft proberen we ons te laten leiden door de bewijzen in plaats van een theorie toe te passen en die kloppend te maken, precies wat Kathy binnen de exacte wetenschap doet.’
Jocelyn:
‘Er is één vraag die ik jullie beiden als misdaaddeskundigen wil voorleggen. We hebben het gehad over wat een schok het was toen Jack The Ripper zijn misdaden pleegde, want zoiets hadden we nog nooit meegemaakt. Nou, tegenwoordig kun je helaas met groot gemak een hele waslijst met namen van seriemoordenaars opdreunen. Wat is er volgens jullie gebeurd in de periode tussen Jack the Ripper en Jeffrey Dahmer dat dit soort moorden bijna normaal lijken te zijn geworden? En daaraan verwant, de schietpartijen op Amerikaanse scholen, waar zo veel over is gepraat. Plus natuurlijk nog die zaak waarin een zesjarige een andere zesjarige doodschoot.
Ten eerste: waarom gebeurt dit? En ten tweede: zijn jullie nog geschokt als een kind van zes een leeftijdgenootje doodschiet? Of zien jullie het als een triest maar logisch voortvloeisel van het soort misdrijven waar we het afgelopen x-aantal jaren mee te maken hebben gehad?’
John Douglas:
‘Nou, dat zijn twee vragen. Wanneer een zesjarige een andere zesjarige doodt, komt dat volgens mij omdat er een vuurwapen voorhanden is. Doodt een vijftienjarige een leeftijdgenoot, dan heb je naar mijn mening met een echt sociaal verschijnsel te maken.’
Jocelyn:
‘In Anatomy of a Motive heb je geloof ik gezegd dat voor slecht aangepaste jongeren dezelfde cijfers van toepassing zijn als voor slecht aangepaste volwassenen.’
John Douglas:
‘Natuurlijk. De schietincidenten op scholen zijn in zekere zin niet meer dan een nabootsing door jongeren van het probleem dat we hebben met geweld op het werk, van mensen die een postkantoor of welk kantoor dan ook overvallen of een McDonald’s binnenvallen en om zich heen beginnen te schieten. De daders worden alleen jonger omdat we steeds makkelijker aan wapens kunnen komen.
Volgens mij hebben we altijd al te maken gehad met geweld op scholen. Maar iets wat we vroeger met de vuist zouden hebben opgelost, wordt nu met pistolen gedaan, want dat is deel van onze cultuur geworden. Heel ontmoedigend en deprimerend.
Een van de echte problemen waar schoolbesturen en de politie mee kampen – en ik weet niet of dat ook voor Canada opgaat, daar kan Kathy iets meer over zeggen – is dat je iemand hebt die er wordt uitgepikt. En dan zeggen de decaan of de ouders of de advocaten: “Weet je, je maakt deze jongen kapot. Je stigmatiseert hem. En hij toont gewoon zijn emoties. Dit is allemaal fantasie en het is niet echt een probleem. Kijk nou eens wat je doet, je traumatiseert hem.” Als hij dan vervolgens in een schoolkantine medeleerlingen neermaait, toont iedereen zich verontwaardigd en zegt: “Waarom werd dit niet eerder opgemerkt?”
Volgens mij zit je hier dus het echte probleem. Bij veel van deze mensen is eerder al iets te zien in hun gedrag. Ik geef toe, het is lastig om ze eruit te pikken, maar als je erop let, kunnen deze kinderen soms worden geholpen, kunnen ze worden tegengehouden. Niet allemaal, maar ik denk dat we het probleem kunnen inperken.’
Jocelyn:
‘Denk je dat Kip Kinkel, Dylan Klebold of Eric Harris (de laatste twee zijn bekend van de slachting op Columbine High School) in een aantal opzichten binnen het soort profiel passen dat je bij oudere moordenaars ziet?’
John Douglas:
‘Natuurlijk. Je hebt mensen die in zichzelf gekeerd zijn, die haat koesteren jegens de samenleving. Ze zitten gevangen in een levensgevaarlijke combinatie van lage eigenwaarde en tegelijk een gevoel van persoonlijke verheerlijking en superioriteit. En dat is een heel gevaarlijke combinatie, vooral wanneer ze vervolgens zeggen: “Ik ga het iedereen betaald zetten.”
Ik kan je garanderen dat er tientallen jongeren rondlopen die totaal niet ontsteld gereageerd hebben op de gebeurtenissen in Columbine. Ze zeggen: “Wauw, wat een manier om dood te gaan. Zo spectaculair wil ik ook wel doodgaan, als ik maar de middelen en de moed had.”’
Jocelyn:
‘Kathy, zie je in Canada hetzelfde soort misdrijven als hier in Amerika?’
Kathy Reichs:
‘Dezelfde misdrijven bestaan in Canada ook, maar de frequentie verschilt nogal.’
Jocelyn:
‘En hoe komt dat, denk je?’
Kathy Reichs:
‘Kijk alleen maar naar de cijfers, de absolute cijfers. Het aantal moorden is een fractie van wat het hier is. Sterfgevallen door een schotwond zijn een fractie van wat ze hier zijn. In het lab doe ik dagelijks autopsies. Ik moet zeggen dat de seriemoordenaar nog steeds een buitengewoon zeldzaam verschijnsel is.
Er bestaat veel belangstelling voor, het is opwindend, het heeft glamour, het levert mooie verhalen op. Maar ik vind het aantal seriemoordenaars dus nog altijd bijzonder laag. Het gros van de moorden vindt binnen het gezin plaats of heeft met drugs te maken, zowel in Canada als in de Verenigde Staten.’
John Douglas:
‘Als je het aantal geweldsmisdrijven in Seattle en Vancouver, twee steden die zo’n beetje even groot zijn en dicht bij elkaar liggen, met elkaar vergelijkt, dan is het verschil alarmerend.’
Kathy Reichs:
‘Naar mijn mening houdt dit direct verband met de wapenwetgeving. Ik ben het eens met wat je net zei over woede. In Fatale dag schrijf ik daar iets over als ik het onderwerp sektes behandel. Waarom gaan mensen bij een sekte, terwijl het toch vaak dodelijke gevolgen heeft?
Volgens mij is dit een tijd met veel sociale veranderingen. De relaties tussen mannen en vrouwen veranderen, ook de structuur binnen het gezin verandert. In veel gevallen kan dit tot een enorme woede leiden. Iemand raakt geïsoleerd en sluit zichzelf af van de samenleving, zoals in het geval van Klebold en zijn vriend. Of men sluit zich aan bij een sekte, op zoek naar een gezinssituatie of een netwerk of iets in die trant. Maar wanneer er sprake is van een geleidelijke opbouw van woede of afzondering, en iemand kan eenvoudig aan een wapen komen, dan ontstaan er volgens mij inderdaad explosieve situaties.’
John Douglas:
‘Ik denk dat Kathy hier de spijker op de kop slaat. Ik kan het voor honderd procent onderschrijven.’
Jocelyn:
‘Kathy, Fatale keuze gaat over motorbendes in Canada. Is het op echte bendeoorlogen gebaseerd?’
Kathy Reichs:
‘Ja. De provincie Quebec had destijds te maken met de enige echte biker-oorlog ter wereld. In Scandinavië werd er ook een uitgevochten tussen de Hell’s Angels en de Bandito’s, maar die gingen om de tafel zitten en tekenden een wapenstilstand.’ (LACHT) ‘In Quebec draaide het om een groep die zich The Rock Machine noemde, en die van eigen bodem is, en de Hell’s Angels, die zich ergens begin jaren zeventig daar vestigden.
Het ging om de controle over de drugshandel, en het was een bijzonder dodelijk geschil. In een jaar of zes verdwenen of stierven er ongeveer honderdtwintig mensen, wat gezien het moordgemiddelde in Quebec gigantisch is. Als gevolg hiervan, feitelijk als gevolg van het overlijden van een elfjarige jongen halverwege de jaren negentig, werd de speciale eenheid Wolverine Unit gevormd. Die eenheid bestaat uit de bereden politie van Canada, de stadspolitie en de provinciale politie. Ik heb veel tijd met hen doorgebracht, waarbij ik meeging op patrouille, clubhuizen van motorbendes bezocht en veel research deed. Het is een fascinerende subcultuur. Ze kloppen steeds vaker bij me aan.
Een paar van de eerste zaken die ik deed, hadden te maken met bikers; slachtoffers van schotwonden die later in staat van ontbinding werden gevonden. Een veel voorkomende methode was iemand neerschieten, in een auto zetten en die in de fik steken. Met dat soort zaken kon de forensisch antropoloog dan aan de slag: een verkoold lijk om te identificeren en vervolgens de baan van de kogel zien te achterhalen, dat soort dingen.’
Jocelyn:
‘Jij begon ooit als antropoloog oude botten te bestuderen. Waardoor raakte je geïnteresseerd in misdaad en in meer recente zaken?’
Kathy Reichs:
‘Ik werd er min of meer in gesleurd. Aangezien ik de plaatselijke bottendeskundige was, kwam de politie steeds vaker met zaken naar mij toe. En naarmate ik meer forensisch werk deed, begon ik het steeds interessanter te vinden. Veel dankbaarder en spannender.
Archeologie is intrigerend, maar de forensische wetenschap is spannender. Je bent meer betrokken bij wat er gebeurt. En het is een manier om mijn wetenschappelijke kennis in te zetten voor het oplossen van een praktisch probleem. Het is als het oplossen van een puzzel, waarbij je de stukjes in elkaar schuift. En het is dankbaar werk in de zin dat je met antwoorden kunt komen voor gezinnen met vermiste kinderen, echtgenoten of minnaars.’
Jocelyn:
‘Was het in het begin niet schokkend om lichamen in verschillende staten van ontbinding onder ogen te krijgen?’
Kathy Reichs:
‘Niet echt, want op de medische faculteit had ik al lijken ontleed. Natuurlijk waren die goed geconserveerd, in tegenstelling tot wat ik meestal op de onderzoekstafel krijg, met kruipende maden of wat dan ook aan toe.’ (GELACH) ‘Het vergt wel iets van je aanpassingsvermogen, ja.’
Jocelyn:
‘Jij en Temperance Brennan doen hetzelfde werk. Ik vraag me af in hoeverre jij op haar lijkt.’
Kathy Reichs:
‘Beroepsmatig zijn we praktisch elkaars spiegelbeeld. Zij werkt in Montréal, in Noord-Carolina, en ze reist op en neer. En veel emoties die ik ervaar, uit ik via haar.
Ik krijg wel te horen dat ze hetzelfde gevoel voor humor heeft als ik. Ze is bepaald niet op haar mondje gevallen, een beetje een betweter. Maar wat haar persoonlijke leven betreft, het alcoholisme, het huwelijk dat op springen staat, al dat soort dingen zijn verzonnen om haar personage wat meer karakter te geven. Het complexer te maken.’
Jocelyn:
‘Er is dus geen Andrew Ryan/Hal Rifkin in je leven?’
Kathy Reichs:
‘Hij is uit meerdere mannen samengesteld. Na de publicatie van Déjà Dead kreeg ik even een adempauze, omdat de meeste mensen met wie ik werk, moesten wachten totdat het boek in het Frans verscheen. Maar toen het zover was, was ik een tikje nerveus om het lab in te gaan. Er wordt veel gespeculeerd over wie nu wie is. En met name Claudel, die een beetje aan de stugge kant is.’ (LACHT) ‘Maar over het algemeen zijn het samengestelde karakters.’
Jocelyn:
‘Goed, dat brengt me bij mijn volgende vraag, namelijk dat Tempe zich als vrouw in een mannenwereld staande moet zien te houden. Claudel is natuurlijk een voortdurende bron van ergernis voor haar. Heb je in jouw werk ook tegen dat soort seksisme moeten vechten? En Tempe werkt zichzelf regelmatig in de nesten. Ze is een misdaadbestrijdster geworden, en ze is al een paar keer aan de dood ontsnapt. Ben je zelf ook zo persoonlijk betrokken geraakt?’
Kathy Reichs:
‘De politiemensen met wie ik werk, zijn altijd correct en vriendelijk geweest. En ik ben nooit de problemen tegengekomen die een aantal van mijn collega’s wel heeft gehad. Sommige vrouwelijke collega’s hebben dat soort situaties wel aan de hand gehad, maar de mensen met wie ik heb gewerkt, zijn altijd fantastisch geweest. Bij de FBI, in Montréal of in het Central ID-lab. Ik werk ook voor het leger in Hawaii.
Dit zou denk ik niet opgaan als ik de hort op ging en sommige dingen deed die Tempe op eigen houtje onderneemt. Als ik ergens een lijk ga ophalen, gebeurt dat altijd met een speciale eenheid van de recherche. Ik ga niet in mijn eentje botten opgraven of gezinsleden ondervragen of zo. Zij neemt veel grotere risico’s dan ik.
Ik ben ooit bedreigd toen ik moest getuigen in de rechtszaal. De beklaagde was niet zo blij met wat ik te zeggen had en dreigde dat hij me zou vermoorden, dus die zitting moesten ze verdagen. Daarom ben ik ook heel voorzichtig met het beschermen van mijn privéleven. Niet zozeer vanwege de dingen die ik schrijf, maar vanwege mijn werk. Ik tref de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen.’
Jocelyn:
‘En jij en Mark, John? Zijn er moordenaars geweest die door jou werden geobsedeerd nadat ze jou over hun leven hadden verteld? Heb je ooit problemen ondervonden?’
John Douglas:
‘Ja, dat gebeurt wel eens. Gelukkig zijn we nooit zo openlijk bedreigd. Hoewel we wel een enorme lading vreemde post binnenkrijgen. Ik ben geen professional op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg, maar met alle post die we ontvangen, herken ik een brief van een paranoïde schizofreen al zodra ik hem open. Alles van zes of acht kantjes met regelafstand één en allerlei handgeschreven aantekeningen in de kantlijn zijn als zodanig te herkennen.
Maar waar we zelfs nog meer van krijgen, zijn allerlei vreemde complottheorieën over zaken. Toen ons boek over de Unabomber verscheen, werden we belaagd door een aantal mafkezen, maar ook door heel respectabele mensen die meenden te weten wie de Unabomber echt was en ons alle bewijzen en redenen wilden geven. Plichtmatig noteerde ik alles en overhandigde ik het aan de FBI. Maar door wat wij doen, duiken er een hoop vreemde lieden en reacties op. Ook als we signeersessies houden. Zo heel af en toe zie je zo iemand in de rij staan met een vreemde blik in zijn ogen, en dan vraag je je af: “Wat gaat die me straks vragen?”’
Jocelyn:
‘Word je daar zenuwachtig van?’
Kathy Reichs:
‘Zo nu en dan gebeurt dat wel, ja.’
John Douglas:
‘Ik denk dat het erbij hoort.’
Jocelyn:
‘En kun je je dan een beetje ontspannen als het achter de rug is?’
Kathy Reichs:
‘Wanneer wat achter de rug is? Wacht eens even.’ (LACHT) ‘Wanneer is iets echt helemaal achter de rug?’ (LACHT)
Jocelyn:
‘Na een zaak. Of aan het eind van de week. Je hebt een paar keer verteld over maden en lijken. Ik vond ooit een vlieg in een pak pannenkoekenmix en kon een halfjaar geen pannenkoeken meer eten.’ (LACHT) ‘Dus hoe wis je dat uit aan het eind van een week? Of na een zaak? Of komt er nooit een eind aan? Hoe ontspan je je?’
Kathy Reichs:
‘Volgens mij is dat net als bij elk ander beroep. Of je nu chirurg bent of tandarts of oncoloog of wat dan ook, je ontwikkelt technieken om je los te maken van je werk, in mijn geval om het in het lab achter te laten. Er blijven wel altijd gevallen waar je nooit helemaal los van komt. Maar als je bij elke zaak emotioneel betrokken raakt, zullen anderen volgens mij weinig aan je hebben. Dus je zult mechanismen moeten ontwikkelen om daarmee om te gaan.’
John Douglas:
‘Dat is helemaal waar. Ik bedoel, in zekere zin moet je jezelf afzonderen, zodat de zaak een puzzel wordt. Een andere manier die voor Mark en mij heeft gewerkt is dat er een aantal gezinnen van slachtoffers is waar we heel close mee zijn geworden.
In De geest van het beest wijd ik drie hoofdstukken aan Suzanne Collins, de mooie jonge marinekorporaal die tijdens het joggen op een basis in Tennessee op wrede wijze werd verkracht en vermoord. Mark en ik zijn goed bevriend geraakt met haar ouders, en ze behoren inmiddels tot onze beste vrienden.
Wat zo fascinerend is, is dat dit mensen zijn die weliswaar nog dagelijks verdriet hebben om het verlies van hun dochter, om hun verloren kansen en alles wat dat betekent, maar tegelijkertijd, en dat is ongelofelijk, nog steeds gevoel voor humor hebben. En bepaalde doelen in hun leven.
Het is heel moeilijk te bevatten dat dit soort dingen je leven voorgoed veranderen. Het is nooit meer zoals het was. Die pijn gaat nooit weg. En toch ga je verder. Het is niet een kwestie van gewoon doorgaan met je leven en het achter je laten, want je laat het nooit echt achter je.
Wat ik fascinerend vind en heel aangrijpend, en we hebben er diverse keren over geschreven, is hoe dit je leven verandert, hoe het je tot een ander mens maakt en hoe het verweven raakt met je leven. Wat ik van Kathy hoor, vanuit haar perspectief als onderzoeker, denk ik dat ook dat een deel van je leven wordt. Je kunt er niet bij weglopen. Het wordt gewoon deel van wie je bent. En je leert ermee omgaan.’
Jocelyn:
‘John, eerder had je het erover dat je seriemoordenaars niet wilde romantiseren, en daarna zei je dat er na Columbine misschien wel tientallen jongeren rondliepen die vermoedelijk dachten: wauw, als ik mijn school aan flarden schiet, kom ik misschien ook op de cover van Time. Maak je je wel eens zorgen over het feit dat je over dit soort mensen schrijft? Ik bedoel, je hebt het over de vreselijke dingen die ze hebben gedaan. Kleeft er niet een aspect aan dat ze daardoor bijna als vanzelf idealiseert?’
John Douglas:
‘Ik hoop van niet. Dat is aan de lezers, denk ik. Door ze te ontmaskeren, te laten zien wie ze echt zijn, hopen we dat we ze juist niet verheerlijken. We laten zien dat deze mensen, die heel indrukwekkend en sterk lijken, in feite heel erg onaangepast zijn. In de meeste gevallen seksueel onaangepast.
En de zin die me telkens weer te binnen schiet, is een zin die de filosofe/auteur Hannah Arendt in haar boek De banaliteit van het kwaad. Een reportage gebruikte toen ze het proces van Adolf Eichmann versloeg. En ze verwees daarbij naar de banaliteit van het kwaad.
Het gaat natuurlijk om bekrompen, zeer onaangepaste, zíélige mensen. En de enige manier waarop ze dat kunnen ontstijgen – mensen zoals Ted Bundy, die knap, charmant en intelligent was – is door anderen te manipuleren, te domineren en te beheersen. En door de macht van leven en dood over hen te hebben. En daar vind ik helemaal niets romantisch aan. Ik hoop dat je dat uit onze boeken kunt halen, dat je juist de tekortkomingen en gebreken van die mensen ziet.’
Jocelyn:
‘Ik kan me een paar voorbeelden herinneren waarbij je een aantal van deze moordenaars in de gevangenis ondervraagt, waarna ze in tranen uitbarsten, alleen is dat dan niet voor de slachtoffers maar vanwege henzelf.’
John Douglas:
‘Ja, ze huilen om zichzelf. Ik bedoel, het heeft hun leven veranderd. Dat ze zijn gepakt, heeft een schaduw over alles geworpen.’
Kathy Reichs:
‘Is dat niet de vraag?’
John Douglas:
‘Dat is moeilijk voor mensen, denk ik. Je kent het cliché dat deze lieden net als wij zijn en dat we allemaal tot dit soort dingen in staat zijn. Maar dat is volgens mij niet zo. De meesten onder ons zouden dat soort vreselijke dingen niet kunnen doen. Misschien dat het wel eens in ons opkomt, maar we zouden het nooit doen.
Ik durf te beweren dat praktisch iedereen die een seksueel misdrijf pleegt aan een of andere geestesziekte lijdt, maar over het algemeen zijn ze niet krankzinnig. Tenminste, degenen met een geordende geest. Ze maken een keuze. En weet je, behalve “waarom” is “keuze” het andere woord dat telkens weer in onze boeken opduikt. Ze kiezen voor wat ze doen.’
Jocelyn:
‘Hoe houden we ze tegen? En kunnen we dat wel?’
John Douglas:
‘Nou, wat seriemoordenaars betreft, als je naar ons grimmige werk kijkt, weten we ze na een of twee slachtoffers meestal wel te pakken, dat is een succesverhaal. Maar het is helaas vaak moeilijk om ze te stoppen. En misdaad gaan we nooit helemaal oplossen, die oorlog gaat door. Maar hoe meer we leren, hoe meer kans dat we het verloop kunnen frustreren.
Aan de andere kant hebben we geen samenleving waarin we mensen al kunnen opsluiten voor wat wij denken dat ze zouden kunnen doen. Zo’n samenleving willen we ook niet.’
Jocelyn:
‘Denkt een van jullie dat jullie boeken op een of andere manier een misdaad zou kunnen helpen voorkomen? Met andere woorden, met name voor vrouwen die jouw boeken misschien lezen, John?’
John Douglas:
‘Telkens weer hebben we vooral vrouwen, maar ook kinderen, verteld waar ze op moeten letten en waarvoor ze moeten uitkijken. Een van de dingen die we in De geest van het beest, en daarna tot op zekere hoogte in Obsession, hebben geprobeerd, is kinderen zelf tot profiler maken.
Ik bedoel, wil je geen slachtoffer worden, dan moet je kunnen begrijpen wat je zelf kunt doen. Stel een kind verdwaalt in een winkelcentrum; dan moet het een profiler worden en denken: wie kan ik vertrouwen? En we leren ze uit te kijken naar bepaalde mensen. Naar mensen in uniform, naar mensen met een badge, mensen achter een balie. Ze moeten zoeken naar zwangere vrouwen of vrouwen met andere kinderen.
Dit zijn goede vuistregels, hoewel ze natuurlijk niet onfeilbaar zijn. Dat zijn de mensen bij wie je om hulp vraagt. Om een kind alleen maar op te dragen niet met vreemden te praten helpt niet echt. Het zal in feite nadelig werken. Want als een kind verdwaalt in een winkelcentrum zijn er alleen maar vreemden om aan te schieten.’
Jocelyn:
‘Worden jullie er niet een beetje verdrietig van dat we kinderen tegenwoordig zo nauwkeurig moeten waarschuwen en instrueren?’
John Douglas:
‘Het is gewoon hartverscheurend.’
Kathy Reichs:
‘Hoewel ik fictie schrijf, wordt mij vaak dezelfde vraag gesteld. Je weet wel: “Moedig je criminelen niet aan en leer je ze juist niet om betere criminelen te worden?” En volgens mij wil ik met mijn boeken, net zoals John al zei, laten zien dat sektes of seriemoordenaars of foute motorbendes niet alleen leed veroorzaken voor het slachtoffer dat het met de dood moet bekopen, maar ook voor de gezinnen die achterblijven. En voor degenen die achter hen aan moeten, de mensen die de rotzooi moeten opruimen en met de slachtoffers te maken krijgen.
En, om helemaal terug te gaan naar het begin van dit interview, mijn boeken zijn ook ouderwetse whodunits. De slechterik wordt gepakt en hij of zij draait vervolgens de bak in.’
Jocelyn:
‘Maakt dat deel uit van je werk?’
Kathy Reichs:
‘Ik denk van wel. Het feit dat je kunt getuigen en dat je een paar van die figuren van de straat kunt halen.’
John Douglas:
‘Een van de dingen die voor Kathy en mij gelden, zowel in onze boeken als bij ons dagelijks werk, is dat we allebei een moreel standpunt uitdragen. We hebben een zeer duidelijk moreel standpunt.’
Jocelyn:
‘Dat is een interessant punt. Kun je daar iets meer over vertellen, John?’
John Douglas:
‘Als je kijkt naar het soort boeken dat we schrijven, dan heeft veel te maken met het menselijk gedrag. Er is een doorlopende samenhang. Maar er is weinig dubbelzinnigs over wat we goed of verkeerd achten, hoe mensen zich horen te gedragen en wat de gevolgen zullen zijn als ze zich niet aan de regels houden. En ik denk dat dit voor ons allebei geldt.’
Jocelyn:
‘Weet je, ik bespeur hier nog steeds een lichte paradox die volgens mij terugvoert naar mijn eerste vraag. Gisteravond zag ik een programma over seriemoordenaar, necrofiel en kannibaal Jeffrey Dahmer. Ik geloof voor de tweede keer.’ (GELACH) ‘En dan vraag je jezelf af, waarom fascineert dit me zo?’
John Douglas:
‘Omdat je er volledig buiten staat. Je kunt je met geen mogelijkheid voorstellen dat jij zoiets zult doen.’
Kathy Reichs:
‘Dat is het, volgens mij. Het staat zo ver buiten je eigen verbeelding.’
Jocelyn:
‘Kijk, hij is zo’n geval van iemand die nog als een redelijk normaal, “intelligent” persoon overkomt. Dat maakt het, denk ik, zo bizar. Ook dat maakt deel uit van de fascinatie.’
Kathy Reichs:
‘En dat is ook wat het zo eng maakt. Zoals ik al zei, zodra je de rechtszaal betreedt en je die figuren ziet zitten, realiseer je je dat ze net zo goed je buurman of je oom zouden kunnen zijn.’
John Douglas:
‘Ik zeg altijd graag dat je de advocaat en de gedaagde soms niet eens uit elkaar kunt houden.’ (GELACH) Dat is heel misleidend, want je moet helder maken wat voor persoon hij was ten tijde van het vergrijp, en dat is dus een van de dingen waarover ik de aanklagers adviseer.’
Jocelyn:
‘Voordat hij zijn mooie pak aantrekt en netjes zijn haar kamt, zeker?’
John Douglas:
‘Ja. Ze hebben altijd kortgeknipt haar en een mooi pak aan. En ze zijn heel rustig. Vergeet niet dat lustmoordenaars uitstekende veinzers zijn. Ze weten zich heel goed anders voor te doen, en sommigen kunnen heel charmant zijn. Ze kunnen een jury net zo om hun vinger winden als hun slachtoffer.’
Jocelyn:
‘John, is er één persoon uit de reeks van personen over wie je hebt geschreven, die je de meeste rillingen bezorgt?’
John Douglas:
‘Nou, er schiet me niet één naam te binnen, maar de types die ik het meest verafschuw zijn de zogenaamde lustsadisten. Degenen die uit bevrediging hun slachtoffers zo veel mogelijk willen domineren en laten lijden. Ik noem daarbij geen namen, want anders bewijs ik ze nog een dienst ook. Maar zulke figuren bestaan. En vooral als het slachtoffer ook nog eens een kind is. Ik vind het zo walgelijk en schokkend dat het voor mij niet meevalt om te aanvaarden dat zulke mensen dezelfde lucht inademen als ik.’
Pat:
‘Word je wel eens geconfronteerd met verwondingen waarvan je denkt, dit is gewoon te gek voor woorden?’
Kathy Reichs:
‘Voortdurend. En dat komt ook tot uiting in mijn boeken, denk ik. Telkens als je denkt dat je het allemaal wel gezien hebt, word je weer verrast. We hebben nu een zaak, John, die volgens mij heel interessant is voor jou en Mark. In Montréal worden om de haverklap jonge meisjes vermist. Sommigen zijn min of meer in dezelfde omgeving in stukken teruggevonden. Veel van hen zijn voor het laatst bij busstations gezien. Ik denk dat je hier van een patroon kunt spreken, hoewel ik geen profielschetsen maak. Pas geleden werd een dertienjarig meisje bij ons bezorgd in plastic zakken. Ze was in vijf stukken op een vuilstortplaats gevonden. En inmiddels wordt een tienjarig meisje vermist.’
John Douglas:
‘Ja, dan heb je het over een enorm kwetsbare groep. We rangschikken slachtoffers vaak in drie groepen: kinderen, ouderen en prostituees, want die groepen zijn het meest kwetsbaar tegenover vreemden.’
Jocelyn:
‘Even een ander vraag: jullie zijn schrijvers, welke auteurs lezen jullie zelf het liefst ter ontspanning? Lezen jullie ook thrillers of hebben jullie daar je buik van vol?’
Kathy Reichs:
‘Nee hoor, ik lees wel thrillers.’
Pat:
‘Las je alle boeken van Nancy Drew toen je klein was?’
Kathy Reichs:
‘Ja, ik las inderdaad Nancy Drew.’
John Douglas:
‘Ik The Hardy Boys.’ (GELACH)
Kathy Reichs:
‘Die las ik ook, ja. Penrod and Sam. Ik was er gek op.’
John Douglas:
‘Booth Tarkington.’
Kathy Reichs:
‘Ja. Ik was dol op zulke reeksen.’
Jocelyn:
‘Wat lees je tegenwoordig zoal?’
John Douglas:
‘Persoonlijk hou ik veel van Charles McCarry. Hij schrijft spionagethrillers. Zijn laatste boek heet Lucky Bastard, een politieke roman. Hij schreef ook Het laatste avondmaal, Het tweede gezicht en Shelly’s Heart, allemaal briljante boeken. Ik kan ze iedereen aanraden. Ik ga nu even de seksist uithangen: ik ben echt dol op Norman Mailer. Hij durft echt van alles aan, dat vind ik zo goed. Heel experimenteel. Ik ben ook gek op Tom Wolfe. Auteurs die je duidelijk maken waar het in het leven om gaat.’
Kathy Reichs:
‘Een van mijn favorieten is de Douglas Adams-reeks. De vijf boeken, geloof ik, van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy.’ (GELACH) ‘Geweldige boeken. Een van de weinige titels die ik heb herlezen, gewoon omdat het niets te maken heeft met wat ik zelf doe.’ (LACHT)
Jocelyn:
‘Jullie allebei, en John ook, zullen het waarschijnlijk heerlijk vinden om ’s avonds gewoon naar huis te gaan en jullie gezin weer te zien. De eenvoudige dingen in het leven.’
John Douglas:
‘Dat heeft deels te maken met leren hoe je een balans in je leven kunt vinden.’
Kathy Reichs:
‘Mijn kinderen hebben me wel eens verteld dat ze het aan me merken wanneer ik met een kinderslachtoffer bezig ben geweest. Ik ben dan een stuk ingetogener.’
Pat:
‘John en Kathy, mag ik jullie bedanken?’
s
TERUG NAAR BOVEN
Het HBO.com-vragenuurtje met auteur en forensisch antropoloog Kathy Reichs
HBO.com
‘Hallo en welkom. Fijn dat je in ons vragenuurtje te gast wilt zijn. Om te beginnen, wat trok je zo aan in de wereld van het forensisch onderzoek?’
Kathy Reichs
‘Ik begon als archeologe, en hield me bezig met resten uit de Oudheid. Op een gegeven moment begon de politie me wat zaken voor te leggen. Terwijl ik daaraan werkte, merkte ik dat ik dat werk een stuk boeiender vond. Fascinerender en relevanter ook, omdat ik direct betrokken werd bij de families en het rechtssysteem. Het geeft me veel voldoening om een familie (van een slachtoffer) uitsluitsel te kunnen geven, om als getuige-deskundige op te treden en om zo sommige van deze lieden (daders) van de straat te kunnen verwijderen.’
HBO.com
‘Wat voor opleiding heb je genoten? En wat voor speciale opleiding heb je nodig om forensisch antropoloog te kunnen worden?’
Kathy Reichs
‘De meeste forensisch antropologen zijn gepromoveerd als antropoloog, met een specialisatie in fysieke antropologie, bottenleer, menselijke genetica en verscheidenheidsleer. Sommigen komen binnen op doctoraalniveau, maar de meesten zijn eerst gepromoveerd. Ik begon mijn studie aan de American University, studeerde af en promoveerde aan de Northwestern University. Daarna doe je nog drie jaar lang een postdoctoraal ervaringstraject. Uiteindelijk kun je je kandidaat stellen en doe je je toelatingsexamen om daarna door de American Board of Forensic Anthropology officieel te worden benoemd.’
HBO.com
‘Hoewel er nooit sprake is van een “routineonderzoek”, kun je ons toch een overzicht geven van de algemene procedures en waar je tijdens een onderzoek extra op let?’
Kathy Reichs
‘Nou, meestal doen lijkschouwers, pathologen-anatomen en politiediensten een beroep op me, en zo nu en dan ook particulieren. Daarbij gaat het om zaken waarbij het lijk niet meer intact is. Het is gemummificeerd, verbrand, ontbonden, zonder ledematen, vergaan, slechts nog een torso afkomstig uit een rivier, niet meer dan een skelet. Dus voor een normale autopsie werpt zoiets problemen op. Twee belangrijke vragen dienen zich aan: “Wie is dit?” Ofwel de identiteitskwestie. En: “Zijn er verwondingen?” Je bekijkt de beschadigingen aan het bot om de doodsoorzaak te achterhalen, of je probeert uit te vinden wat er met het lichaam is gebeurd nadat de persoon is overleden. In beide gevallen vormen de botten de sleutel.’
HBO.com
‘Laten we het eens hebben over het reconstrueren. Wat komt daar allemaal bij kijken?’
Kathy Reichs
‘Constructie of reconstructie kan op verschillende niveaus plaatsvinden. Het kan zijn dat ik het lichaam letterlijk moet reconstrueren, fragmenten bij elkaar moet zoeken en ze weer aan elkaar moet lijmen of stukjes bot aan elkaar moet zetten. Ook heb ik lichamen gereconstrueerd in de zin van een biologisch profiel: leeftijd, geslacht, etnische achtergrond, lengte, aanwijzingen op een ziekteverleden. Alles wat een identificatie maar kan vergemakkelijken. Daarna bouw ik dit profiel op. Waar ik naar kijk, hangt af van wat er op dat moment op mijn agenda staat. Als ik bijvoorbeeld het geslacht wil bepalen, zou ik in de eerste plaats het bekken bestuderen. Om voor de handliggende redenen is het mannelijk bekken anders gevormd dan het vrouwelijke. Ook de schedel kan helpen. Mannen hebben een grotere neusaanhechting en geprononceerde voorhoofdskam en ook zijn alle bobbels en randjes veel duidelijker.
Wat het vaststellen van de leeftijd betreft, dit hangt af van het tijdstip van overlijden. Bij kinderen kun je de leeftijd preciezer afleiden omdat ze nog in de groei zijn. Je kijkt naar het gebit. De lange skeletdelen zijn pas in de puberteit of in de jaren daarna volgroeid, en dus kijk je naar de kleine oneffenheden die bij een niet-volwassene nog niet met de rest van het bot zijn vergroeid. Dus omdat het lichaam van een kind nog groeit en zich ontwikkelt, kun je alles tamelijk precies vaststellen. Bij volwassenen ligt dit heel anders. Daar kijk je naar veranderingen als gevolg van het verouderingsproces. Sommige kenmerken voltrekken zich in een regelmatig tempo: veranderingen in de aanhechting van de ribben met het borstbeen, veranderingen in de voorste aanhechtingen van de twee bekkenhelften. Het zijn de indicatoren van de levensfase waarin een volwassene zich bevindt. Daarmee valt de leeftijd met een marge van vijf tot tien jaar te schatten. Bij kinderen is die marge plusminus een maand tot zo’n twee jaar. Kijk je naar de etnische achtergrond, dan vormt de schedel de beste aanwijzing. Het midden van het vooraanzicht bevat veel aanwijzingen, en aan het gebit valt vaak goed af te leiden of iemand uit Afrika, Europa of Azië komt. Ook meet ik de schedel op en ik voer de data in een computerprogramma in dat de gegevens vervolgens vergelijkt met die van bekende ethische bevolkingsgroepen: bijvoorbeeld negroïde versus blank versus Aziatisch.
Zo probeer ik dus het algemene profiel te construeren. Ik verricht zelden zelf een identificatie. Dat gebeurt met behulp van gebitsgegevens, medische dossiers en DNA. Maar wat ik wel doe, is dat ik mijn profiel aan de recherche overhandig waarna dit kan worden vergeleken met de gegevens van vermiste personen om zo een naam te kunnen achterhalen. Heb je een naam, dan kun je daarmee naar een tandarts en kun je op zoek gaan naar zijn of haar medische gegevens.
Gezichtsreconstructie is weer een ander verhaal. Gezichtsbenadering is waarschijnlijk een betere term. Het vindt plaats wanneer al het andere geen uitsluitsel heeft gegeven. Je zit met een “onbekende”, je weet niet wie deze persoon is en als laatste poging kun je een gezichtsbenadering overwegen. Maak een schets, stuur hem naar de media en kijk of iemand het gezicht herkent. Je kunt het op de ouderwetse manier doen, met klei op de schedel, een driedimensionale techniek. Maar dat kost veel tijd en daarna kun je er niets meer aan veranderen. Je kunt het ook tweedimensionaal doen, waarbij je een tekening maakt van een gezicht dat is gebaseerd op de schedelvorm.
De derde methode, en op dit moment de modernste, is met behulp van een computer waarmee je de schedel kunt scannen en er digitaal weefsel aan kunt toevoegen. Het voordeel is dat je het beeld kunt bewerken. Je kunt de persoon ouder, jonger, dikker of magerder maken, een bril geven, hem weer afzetten, het haar of het kapsel veranderen.
Maar het uiteindelijke doel… kijk, iedereen heeft zo zijn eigen aanpak, geholpen door bestanden met kant-en-klare gezichtsdelen zoals neuzen, ogen, kinvormen, enzovoorts. Anderen genereren een gezicht met behulp van wiskundige formules en voegen er dan de spieren aan toe. Je hebt dus drie technieken: driedimensionaal, tweedimensionaal en digitaal. En allemaal vormen ze de laatste strohalm. Nogmaals, ik heb gevallen gehad waarbij… ik had ooit een zaak waarbij ik een proef deed. Ik liet zeven mensen met behulp van verschillende technieken een gezichtsbenadering maken. Alle zeven waren ze verschillend. Het is dus een kunst, geen exacte wetenschap.’
HBO.com
‘Goed, dan gaan we nu verder met een vraag van het National Disaster Medical Team, kortweg DMORT, over hoe je met hen in contact kwam en wat voor werkzaamheden je zoal voor hen verricht.’
Kathy Reichs
DMORT staat voor Disaster Mortuary Operational Recovery Team en valt onder het National Disaster Medical Team. Het team wordt ingezet bij rampen met veel dodelijke slachtoffers. Denk aan een vliegtuig- of treinongeluk, begraafplaatsen die zijn overstroomd waarbij je het juiste lijk weer bij de juiste kist moet zien te zoeken. Dat laatste is hier in Noord-Carolina en in Georgia gebeurt.
Het DMORT-team is een vast team, maar wordt alleen in dergelijke gevallen ingezet en bestaat uit forensisch antropologen, pathologen, tandartsen, begrafenisondernemers, computerspecialisten, datatypisten, enzovoorts. Ze gebruiken een programma dat VIP heet en dat alle informatie rondom het werk met stoffelijke overschotten vastlegt en op die manier het vergelijken van antemortale en postmortale gegevens een stuk eenvoudiger maakt.
Wanneer familieleden ons de oude medische gegevens van het slachtoffer toesturen – gebitsgegevens, foto’s, signalementen, beschrijvingen van sieraden, de bloedgroep, maakt niet uit wat – dan worden die in het programma als antemortale data ingevoerd. De pathologen, forensisch antropologen en tandartsen bestuderen de resten en voeren hun gegevens als postmortale data in. Hopelijk kan daarna het lichaam, of de lichaamsdelen, geïdentificeerd worden door antemortale en postmortale data met elkaar te vergelijken. Bovendien kan er een rapport worden uitgeprint en kunnen er röntgenfoto’s van het lichaam en het gebit en gewone foto’s worden gescand en opgenomen. Voor ieder individu kan op deze manier een digitaal dossier worden aangelegd.’
HBO.com
‘Je bent ook getuige-deskundige geweest.’
Kathy Reichs
‘Mm-mm.’
HBO.com
‘Kun je daar iets meer over vertellen?’
Kathy Reichs
‘Ik hoef maar zelden te getuigen over de identiteit van een slachtoffer, want meestal kan de identiteit met zekerheid worden vastgesteld. In de meeste gevallen moet ik getuigen over verwondingen, over de doodsoorzaak of over verminkingen na de dood. En dat kan eenvoudig in de vorm van een ondervraging of een getuigenverhoor zijn, maar soms is het een stuk complexer, afhankelijk van de zaak.’
HBO.com
‘Kun je een voorbeeld geven?’
Kathy Reichs
‘We hadden eens een zaak helemaal in Noord-Quebec, honderden kilometers ten noorden van de stad, een behoorlijk eind weg dus. Het was een indianenreservaat waar twee jonge mannen per ongeluk waren verdronken. Er werd een commissie in het leven geroepen omdat de indianenstam niet wilde geloven dat het een ongeluk was geweest, maar vermoedde dat de twee waren vermoord. De commissie mocht zich over het bewijsmateriaal buigen, waaronder de stoffelijke overschotten. En dus openden we de graven. Onder het wakend oog van de woordvoerders van de stam moest ik alles reinigen, wat ongeveer twee weken in beslag nam omdat ze slecht gemummificeerd bleken te zijn. Daarna moest ik getuigen over de conclusies, die overigens niet in tegenspraak waren met het oorspronkelijke autopsierapport.’
HBO.com
‘Je was ook samen met dr. Baden betrokken bij een zaak?’
Kathy Reichs
‘Ja. Wanneer je een lijk moet opgraven weet je nooit wat je kunt verwachten. Dus vaak betekent dit werk voor de patholoog en de forensisch antropoloog. Bij een vers lijk… Michael (Baden) en ik hadden iets dergelijks bij de hand in 1998 in Kansas. Het was bloedheet, zo’n veertig graden, en dat lichaam was nog helemaal geconserveerd. Ik hoefde dus niet al te veel te doen en bestudeerde de schade aan de botten door kogels. Michael verrichte een normale autopsie. Het andere uiterste is wanneer je alleen een skelet hebt. Ook dat hebben Michael en ik een keer meegemaakt. Het ging om een agent die in 1967 was gestorven. Afgaand op de schotwonden in de borstkas concludeerde de lijkschouwer dat het zelfmoord was geweest. Maar zijn familie meende dat hij in de rug was geschoten. Na dertig jaar werd er een commissie gevormd en konden we zijn graf openen. We hadden alleen maar een skelet, niets dan botten. Dat is dus een geval waarbij de expertise van de forensisch antropoloog het zwaarst telt.’
HBO.com
‘Een vraagje over wat vaak beunhazerij wordt genoemd. Hoe denk jij daarover als forensisch antropoloog, benoemd door en lid van de American Academy of Forensic Sciences?’
Kathy Reichs
‘De meeste gediplomeerde beoefenaars zijn lid van de Academy: apothekers, psychiaters, forensisch antropologen, insectenkenners, pathologen. Ze zijn multidisciplinair. Klachten over ethiek of competentie worden eerst aan de ethische commissie voorgelegd, en daarna aan de raad van bestuur, waarvan ik een van de leden ben. Dus ik verneem deze klachten. Sommige zijn terecht, andere blijken niet echt gegrond. De meeste forensische onderzoeksinstellingen hebben een juridisch lichaam dat erop toeziet dat aan alle kwalificaties en gedragscodes wordt voldaan. Een beunhaas zonder papieren kan gewoon zijn gang gaan. Als een instelling individueel opererende onderzoekers certificeert of onvoldoende controle uitvoert, dan kan dat aan die instelling ter evaluatie worden voorgelegd. Dat is dus deels de reden waarom een instelling gecertificeerd moet zijn.
Daarnaast moet er gecontroleerd worden of die doctorstitel voor de naam van een onderzoeker inderdaad rechtsgeldig is, zodat de officier van justitie of een andere wetsdienaar dan wel de lijkschouwer weet dat deze forensisch antropoloog inderdaad gekwalificeerd is, want dat is wat je zoekt. Een van de dingen waar de American Academy of Forensic Science nu aan werkt, is de oprichting van een raad van toezicht die weer toeziet op de benoemingscommissie, wat ons zal helpen om binnen de wereld van het forensisch onderzoek een kwalificatieproces in gang te zetten.’
HBO.com
‘Nog een paar laatste vragen. Wat is een van de merkwaardigste zaken waar je aan hebt gewerkt?’
Kathy Reichs
‘Nou, ik had een interessant geval in Illinois. Eind jaren zestig kwam een vrouw om bij een auto-ongeluk. Dertig jaar later verscheen haar vader opeens en vroeg: “Hoe staat het met het onderzoek naar de moord op mijn dochter?” Veel van de dienstdoende agenten van destijds waren inmiddels overleden. Maar het was een open dossier. Goed, alles werd bekeken en de politie raakte steeds meer geïntrigeerd omdat er niets van klopte. De zaak werd heropend en uiteindelijk werd de echtgenoot van de vrouw dertig jaar na dato alsnog aangeklaagd voor moord. Mij werd verzocht het graf te openen, wat is gebeurd. Ik vernam dat de lijkschouwer een ernstige schedelbreuk als doodsoorzaak had vastgesteld, maar daar vond ik helemaal niets van terug. Ik trof echter wel een verbrijzeld tongbeen aan. Het klassieke bewijs.’
HBO.com
‘Aha, wurging.’
Kathy Reichs
‘Ja, dus dat was een interessante zaak.’
HBO.com
‘Waarom zou die lijkschouwer het op een schedelbreuk houden als het…?’
Kathy Reichs
‘Het was een zaak voor een lijkschouwer, niet voor een patholoog-anatoom. En het was dertig jaar geleden. Hij noteerde – er was geen autopsie verricht – “ernstige verwonding aan de schedel”.’
HBO.com
‘Veel van zulke lijkschouwers zijn eigenlijk veredelde begrafenisondernemers, nietwaar?’
Kathy Reichs
‘Ik geloof dat hij zelf begrafenisondernemer was.’ (LACHT)
HBO.com
(Gelach) ‘Je was ook betrokken bij een seriemoord die je hielp op te lossen.’
Kathy Reichs
‘Dat was de zaak Serge Archambault. Hij had twee vrouwen vermoord. Hij gebruikte het bankpasje van zijn tweede slachtoffer. De politie kon uiteindelijk de transactie traceren en hem arresteren. Hij bekende twee jaar eerder nog een derde vrouw te hebben vermoord en haar lichaam in stukken te hebben gesneden en op vijf verschillende plekken te hebben begraven. Dat was dus de zaak waar mijn hulp bij werd in geroepen. Ik hielp bij het vaststellen van de identiteit en de manier waarop hij het lichaam in stukken had gesneden. Het was een tamelijk uniek geval en de dader bleek goed te kunnen snijden, dwars tussen de gewrichten door. Ik kon met een gerust hart beweren dat hier iemand aan het werk was geweest die het een en ander van anatomie afwist, een orthopedisch chirurg of een slager. Dat laatste bleek het geval te zijn.’
HBO.com
‘En in welk jaar speelde die zaak?’
Kathy Reichs
‘Dat was in 1994. Toen ik daarmee klaar was en hij net voor drie moorden was veroordeeld, begon ik aan Déjà Dead en baseerde ik het verhaal op deze zaak. Die vormde de kern, zeg maar.’
HBO.com
‘Nog even over je schrijverschap, hoe is het om zowel een zeer gerespecteerd forensisch antropoloog als schrijfster te zijn? Hoe en wanneer kwam dat tot stand en wat voor invloed had het op je werk?’
Kathy Reichs
‘Nou, ik begon in 1994 met het schrijven van fictie, kort na de rechtszaak tegen Archambault. Ik had een volledige aanstelling als hoogleraar aan de universiteit en wilde wel eens iets nieuws proberen. En dus besloot ik een roman te schrijven. Ik had al handboeken geschreven en daar had ik nu even geen zin in. Het leek me leuk eens wat fictiefs te proberen. Ik merk dat mijn ervaringen als forensisch antropoloog mijn romans beïnvloeden.
Fatale dag was gebaseerd op een voorval omtrent een cultsekte uit Quebec die moord en zelfmoord verheerlijkte: de Orde van de Zonnetempel. We verrichten de autopsies in ons eigen lab. Fatale keuze was gebaseerd op een reeks moorden door twee rivaliserende motorbendes in Quebec en een aantal lijken belandde bij mij op tafel. Hoe dit me heeft beïnvloed? Grappig eigenlijk, ik moest een keer opdraven als getuige-deskundige, kort nadat mijn boek was verschenen. We vroegen ons af of het een probleem zou worden, je weet wel: “Dr. Reichs, is dat feit of fictie?” En ja hoor, ik stond nog niet in de getuigenbank of ik keek omlaag en onder de voeten van de advocaat zag ik een exemplaar van Déjà Dead liggen. O jee, daar gaan we, dacht ik bij mezelf. Maar hij is er nooit over begonnen. Na de zitting wilde hij alleen maar dat ik het boek voor hem signeerde.’
HBO.com
(GELACH) ‘Kathy Reichs, heel erg bedankt dat je ons te woord wilde staan.’
Kathy Reichs
‘Graag gedaan.’
TERUG NAAR BOVEN
Bones
Feiten zijn altijd vreemder dan fictie
In Nederland werd de crimeserie Bones deze zomer elke zondag om halftien door RTL 4 uitgezonden. De serie, die is ontwikkeld door 20th Century Fox Television, is veel realistischer dan de meeste andere crimeseries. Geïnspireerd op de boeken van bestsellerauteur en forensisch wetenschapper Kathy Reichs voert de kijker elke aflevering mee naar de dagelijkse realiteit van haar werk.
Bezoek ook de Bones pagina van RTL 4 of bekijk promo van de serie. Meer zien? Bekijk de 'Bones gallery'.
Ik heb het altijd al een inspirerende gedachte gevonden om mijn hoofdpersoon, Temperance Brennan, mijn boeken te laten ontstijgen en haar op het kleine tv-scherm dan wel het grote witte doek te projecteren. Ik houd van schrijven, maar ik heb nu eenmaal meer verhaallijnen in mijn hoofd dan ik ooit in mijn boeken kwijt zal kunnen. Mijn jarenlange ervaring in het lab en op de plaats delict hebben me kastenvol intense, bloedstollende, hartverwarmende en ijzersterke ideeën opgeleverd. En nu heb ik de kans om al deze invalshoeken via een ander medium, de televisie, te realiseren. In New York leerde ik tijdens de presentatie van de nieuwe programma’s van NBC de mensen met wie ik ging samenwerken goed kennen. De enorme inzet van Fox en 20th Century Fox Television zorgt ervoor dat elke Bones-aflevering eer doet aan mijn collega’s in het lab, de mensen bij de politie en de professionals binnen de forensische wetenschap die ik zo hoog acht. Ik garandeer u dat ik samen met het talentvolle team in Hollywood mijn uiterste best doe om u pakkende verhalen, boeiende karakters en realistische wetenschap voor te schotelen. Dit alles uiteraard in combinatie met een vleugje humor! Dus ga lekker zitten, pak de afstandsbediening en kijk hoe forensisch antropoloog Tempe Brennan zich overdag over een zaak buigt en ’s avonds de belevenissen van haar fictieve hoofdpersoon Kathy Reichs aan het papier toevertrouwt. (Ja, dat hebt u goed gelezen.) Kathy
Samenvatting
Hoofdproducenten Barry Josephson (o.a. Hide and Seek, Like Mine) en Hart Hanson (o.a. Joan of Arcadia, Judging Amy) presenteren de duistere crimeserie Bones, geënt op de verhalen van schrijfster en forensisch antropoloog Kathy Reichs. Forensisch antropoloog dr. Temperance Brennan (Emily Deschanel (o.a. Boogeyman)), werkzaam aan het Jeffersonian Institute en in de avonduren schrijfster van thrillers, beschikt over de opmerkelijke gave om in de botten van slachtoffers aanwijzingen te ‘lezen’. Niet zo verwonderlijk dus dat de recherche haar hulp inroept bij moordzaken waarbij de lichamen van de slachtoffers inmiddels zo onherkenbaar zijn, dat de gewone identificatiemethoden geen uitkomst bieden. Haar al even briljante collega’s in het Medico-Legal Laboratory van het Jeffersonian Institute, zijn onder andere de nuchtere en gevatte Angela Montenegro (Michaela Conlin (o.a. The D.A)) die een unieke methode heeft bedacht om materiaal van een plaats delict driedimensionaal op het computerscherm te toveren; verder Zack Addy (Eric Millegan), een jong talent wiens IQ zijn twee doctoraalstudies zowaar in de weg zit; en tot slot de man van de insecten en de torretjes, dr. Jack Hodgins (TJ Thyne (o.a. How the Grinch Stole Christmas)), een expert op het gebied van insecten, sporen en mineralen en een bovenmatige belangstelling voor samenzweringen. Brennans baas is de imposante laboratoriumdirecteur dr. Daniel Goodman (Jonathan Adams (o.a. American Dreams)). Regelmatig wordt Brennan opgezadeld met special agent Seeley Booth (David Boreanaz (o.a. Angel)), een ex-sluipschutter uit het leger die weinig moet hebben van de wetenschap en haar beoefenaars wanneer het aankomt op het oplossen van een misdaad. Zowel beroepshalve als op het persoonlijke vlak botst het regelmatig tussen Brennan en Booth, maar tot nu toe is deze onderlinge verhouding alleen in Brennans laatste misdaadroman fictief aan bod gekomen.
PRODUCTIEMAATSCHAPPIJ | SCENARIOSCHRIJVER |
20th Century Fox Television | Hart Hanson |
HOOFDPRODUCENTEN | REGISSEUR |
Barry Josephson en Hart Hanson | Greg Yaitanes |
De cast
Emily Deschanel speelt de rol van dr. Temperance Brennan.
Emily Deschanel kan zichzelf inmiddels een van Hollywoods meest opvallende rijzende sterren noemen. Het afgelopen jaar was ze te zien in grote films als Cold Mountain van regisseur Anthony Minghella, The Alamo van John Lee Hancock en Spiderman 2 van Sam Raimi. In oktober 2004 werd ze door het blad Interview in het jaarlijkse nummer over ‘jong Hollywood’ getipt als een van de jonge acteurs die het wel eens konden gaan maken. Ook speelde ze naast Josh Lucas en Derek Luke een hoofdrol in de film Glory Road van producent Jerry Bruckheimer, die in januari 2006 in de Verenigde Staten in première ging. Deschanel was in 2003 te gast op het Internationale Filmfestival van Toronto en op het Sundance-filmfestival van 2004 met de onafhankelijke film Easy, geregisseerd door Jane Weinstock.Voor tv kreeg ze onder meer gastrollen in de serie Crossing Jordan, Providence, en Law %26 Order: SVU. Als lid van de Interact Theatre Company speelde ze de theaterrol van Emily in Our Town en van Na asha in De drie gezusters. Ze is geboren in Los Angeles en studeerde in Boston aan de kleinkunstacademie.
Hoofdrol
Als dr. Temperance Brennan in Bones (2005)
Films, korte series, speciale rollen
- Boogeyman (2005)
- Spiderman 2 (2004)
- The Alamo (2004)
- Cold Mountain (2003)
- Rose Red (2002)
- The Heart Department (2001)
- It's a Shame About Ray (2000)
- It Could Happen To You (1994)
David Boreanaz speelt de rol van special agent Seeley Booth.
Hoewel hij nog relatief jong was toen hij een gastrol in de serie Buffy the Vampire Slayer kreeg, werd hij al snel opgemerkt dankzij zijn broeierige speelstijl als de mysterieuze en getormenteerde Angel. Enige tijd later zou hij deze rol ook in de gelijknamige televisieserie spelen.
Boreanaz, geboren in Philadelphia waar zijn vader jarenlang weerman was, maakte al op jonge leeftijd kennis met de tv-wereld en verhuisde na het behalen van zijn diploma aan het Ithaca College naar Los Angeles om in Hollywood zijn geluk te beproeven. Terwijl hij acteerlessen volgde, leefde hij het leven van een straatarme kunstenaar die met baantjes als autoparkeerder, huisschilder en uitdeler van handdoeken in een fitnesscentrum het hoofd boven water probeerde te houden. Zijn eerste grote kans kwam met een gastrol in Married… with Children, waarin hij het bikervriendje speelde van Kelly Bundy
Recentelijk speelde hij onder meer in de romantische komedie I’m with Lucy, met als tegenspelers Monica Potter, Henry Thomas en Anthony La Paglia. Daarnaast had hij een grote rol in de thriller Valentine. Andere belangrijke rollen waren onder meer in Aspen Extreme, Best of the Best 2 en The Crow: Wicked Prayer. Verder acteerde hij in grote onafhankelijke films als Mr. Fix It en The Hard Easy, en kreeg hij een hoofdrol in These Girls.
Zijn theaterwerk omvat stukken als Hat Full of Rain, Italian-American Reconciliation, Fool for Love en Cowboy Mouth. Hij is dol op golfen en reizen en woont samen met zijn vrouw, de actrice Jaime Bergmann, en hun zoon Jaden Rayne in Los Angeles.
Hoofdrollen
Als special agent Seeley Booth in Bones (2005)
Als Angel in Angel (1999)
Als Angel in Buffy the Vampire Slayer (1997)
Als de stem van Angel in Buffy the Animated Series
Films, korte series, speciale rollen
- Death, afl: The Crow: Wicked Prayer (2005)
- I'm with Lucy (2003)
- Valentine (2001)
- M Awards (2001)
- The Keenen Ivory Wayans Show (1997)
- Macabre Pair of Shorts (1996)
- Aspen Extreme (1993)
- Best of the Best I (1993)
- The Hard Easy
- The Perfect Lie
Michaela Conlin speelt de rol van Angela Montenegro.
Michaela Conlin is geboren en getogen in Allentown, Pennsylvania. Op haar zesde stond ze voor het eerst op het toneel en ze acteerde jarenlang in talloze regionale en amateurproducties. Ze verhuisde naar New York omdat ze naar de toneelschool wilde en werd aangenomen op de kleinkunstacademie van de universiteit aldaar. Tijdens haar studie speelde ze in verscheidene producties van de Atlantic Theater Company en de Playwrights Horizons Theater School en reisde ze naar Amsterdam om deel te nemen aan het internationale opleidingsprogramma van het Experimenteel Theater. Na haar afstuderen werd ze gevraagd voor de documentairereeks The It Factor door een lokaal netwerk dat zich richtte op het wel en wee van jonge acteurs in New York. Kort daarna verhuisde ze naar Los Angeles, waar ze voor de serie MDs al snel een hoofdrol kreeg als de jonge, idealistische internist die onder de hoede wordt genomen van twee rebelse artsen, gespeeld door William Fichtner en John Hannah. Daarna volgde een hoofdrol als uitgesproken politieke adviseur tegenover Steven Weber als officier van justitie in de dramaserie The DA. Naast haar vele werk voor tv verscheen ze ook in enkele films, onder andere in Garmento en Love the Hard Way, met in de hoofdrol Adrien Brody. Onlangs rondde ze de opnamen af voor de onafhankelijke productie Open Window, met als tegenspeler Robin Tunney.
Hoofdrollen
Als Angela Montenegro in Bones (2005)
Als Jinette McMahon in The DA (2004)
Als Maggie Yang in MDs (2002)
Als zichzelf in The It Factor (2002)
Eric Millegan speelt de rol van Zack Addy.
Eric Millegan werd geboren in Hackettstown, New Jersey, en groeide op in Springfield, Oregon. Zijn lijst van tv-rollen omvat onder meer Law %26 Order en Sidney Lumets 100 Centre Street. Op het witte doek speelde hij de hoofdrol van Ed Simone in Online, die tot de officiële selectie werd gekozen van het Internationale Filmfestival in Berlijn, het Sundance-filmfestival en het Cinequest-filmfestival, waar het een prijs kreeg voor de film met de beste verhaallijn. In New York speelde hij diverse theaterrollen, onder meer de Broadway-revival van Jesus Christ Superstar, de Encores-opvoering van Hair in het City Center (waarin hij de ‘Aquarius’-solo zong), en de New-Yorkse première van Dead Man Walking in het Lincoln Center. Verder heeft hij hoofdrollen gespeeld in workshops en voordrachten onder regie van Michael Mayer; The Wayside Inn, onder regie van Jason Moore; Uncle Broadway; Mask, van Barry Mann en Cynthia Weil en onder regie van Richard Maltby jr, en in het huidige succes buiten Broadway, Altar Boyz. Zijn regionale theaterwerk omvat onder meer rollen in het Guthrie Theater, het Playhouse in the Park van Cincinnati, het Repertory Theater van Saint Louis en het Paper Mill Playhouse, waar hij bij de wereldpremière van Harold %26 Maude: The Musical van Tom Jones en Joseph Thalkens de hoofdrol van Harold vervulde, met Oscarwinnares Estelle Parsons als Maude. Millegans gevarieerde carrière omvat tevens de rol van dansende ijsbeer in de Radio City Christmas Spectacular op Myrtle Beach, Florida; het schrijven van een sportcolumn als ‘fan’ van de Portland Trail Blazers voor OregonLive.com; als gastheer voor Broadway La Cage in Atlantic City; en als zanger van het nationale volkslied tijdens de zevende inning in het Shea Stadium, waarna de Mets zes homeruns achter elkaar scoorden. Millegan is alumnus van het Interlochen Arts Camp en heeft aan de kleinkunstacademie in Michigan gestudeerd.
Hoofdrollen
Als Zack Addy in Bones (2005)
Als Ed Simone in Online
TJ Thyne speelt de rol van dr. Jack Hodgins.
TJ Thyne komt uit Boston, maar als kind verhuisde hij regelmatig. Al op jonge leeftijd kreeg hij verschillende hoofdrollen in theaterstukken door het hele land, onder meer in Van Gogh door de Mint Theater Company in New York. Hij nam les aan diverse toneelscholen in Amerika en studeerde af aan de theateropleiding van de universiteit van Californië waar hij vier jaar had gestudeerd alvorens audities te gaan doen. Het duurde niet lang of hij had al vijfenveertig gastrollen in televisieseries op zijn naam staan, waaronder Friends, Cold Case, Boston Legal, Nip/Tuck, CSI: NY, CSI: Crime Scene Investigation, Huff en recentelijk THE O.C. en 24. Filmrollen zijn onder meer die van Stu Lou Who in How the Grinch Stole Christmas, met Jim Carrey, als de jonge advocaat David Foil in Erin Brockovich, met Julia Roberts, als Gerald in How High met Method Man en Redman, alsmede in Something’s Gotta Give, What Women Want, Edtv en Ghost World.
Hoofdrol
Als dr. Jack Hodgins in Bones (2005)
Films, korte series, speciale rollen
- Something’s Gotta Give (2003)
- Heartbreakers (2001)
- What Women Want (2000)
- Erin Brockovich (2000)
- Preston Tylk (2000)
- Edtv (1999)
Jonathan Adams speelt de rol van dr. Goodman.

Jonathan Adams is geboren en getogen in Pittsburgh als jongste van vijf kinderen. Als zoon van een vader die in de gezondheidszorg en later als voorman bij General Electric werkzaam was, besefte Adams op zijn zestiende dat ‘acteren het enige was dat me plezier gaf’. Na eerst op de middelbare school in toneelstukken te hebben geacteerd, meldde hij zich aan op de Carnegie Mellon University om theaterwetenschappen te gaan studeren. Toen na anderhalf jaar zijn geld op was, probeerde hij in de levendige theaterwereld van Pittsburgh aan de slag te komen en kreeg hij uiteindelijk een rol in Arthur Millers stuk Danger: Memory! Na nog wat meer toneelwerk te hebben gedaan kreeg hij een hoofdrol in een lokale low-budgetfilm Two Evil Eyes. In 1989 verhuisde hij naar Seattle. Adams speelde belangrijke rollen in klassieke toneelproducties en in veel stukken van de hand van August Wilson, die in heel Amerika werden opgevoerd. In 1994 trouwde hij met actrice Monica Farrell, en drie jaar later, toen hij op het Oregon Shakespeare Festival in verscheidene stukken zijn opwachting maakte, vestigde het paar zich in Ashland, Oregon. In de vier seizoenen aldaar speelde hij onder andere in De getemde feeks, Een midzomernachtsdroom en Cymbeline. Zijn grote doorbraak kwam in 2000 met zijn rol als Petruchio in De getemde feeks, toen de castingdirector voor Frasier hem zag en zei dat hij naar Los Angeles moest komen voor een auditie. Zijn tv-rollen omvatten gastrollen in Frasier; City of Angels; Walker, Texas Ranger; Felicity en een terugkerende rol als de Amerikaanse consul-generaal in Londen in de serie The American Embassy. Zijn vrije tijd brengt Adams het liefst door met zijn vrouw en twee kinderen. Ook houdt hij van schaken en leest hij graag historische romans en sciencefiction.
Hoofdrollen
Als dr. Goodman in Bones (2005)
Als Henry Walker in American Dreams (2002)
Als Elque Polk in The American Embassy (2002)
Films, korte series, speciale rollen
- Als extra stem in Osmosis Jones (2001)
- Als Hammer in Two Evil Eyes (1991)